Woensdag 25 juni

 

Santiago de Compostela - Finistera v.v.

bus

 

 

 

Dag 34

 

 

 

 

 

 


  

Naar het einde van de wereld

 

Voor mijn gevoel is een pelgrimstocht naar Santiago de Compostela niet compleet zonder ook Kaap Finistere te hebben gezien, dat in de middeleeuwen als het einde van de wereld werd beschouwd. Het is van Santiago uit nog zeker honderd kilometer daar naar toe. Sommigen lopen het in drie of vier dagen, maar zoveel tijd heb ik niet meer. Maar gelukkig is er een goede busverbinding, dus ik kan er toch naar toe. Om kwart over acht en om half tien gaat er een bus vanaf het busstation, dat op loopafstand van mijn hotel ligt. Ik word iets te laat wakker om de bus van kwart over acht te kunnen halen, dus het wordt de bus van half tien. De dienstregeling op Finistera wordt, net als bij Dordrecht in de Alblasserwaard verzorgd door Arriva. Je kan dus in een heel nieuwe maar ook heel oude bus terechtkomen. Bij vertrek is het nog mistig, maar de zon probeert er al door te komen en het belooft weer een stralende dag te worden.

 

Keltisch kruis 

 

De busrit door een schitterend landschap blijkt ongeveer twee en een half uur te duren, ook omdat tot twee keer toe op een aansluitende bus moet worden gewacht. Bovendien gaat de bus niet verder dan het dorp, zodat je nog een dik half uur moet lopen naar de kaap. Omdat ik voor de terugreis de keus heb tussen de bus van kwart voor twee of pas om half zes, heb ik veel minder tijd dan waar ik op gerekend had. Als ik alles van tevoren had geweten, had ik er echt wel voor gezorgd de bus van kwart over acht te halen. Desondanks heb ik net genoeg tijd om heen en terug naar de kaap te lopen en daar wat rond te kijken. De weg ernaartoe is prachtig met een weids uitzicht over de baai. Wie naar Galicië gaat moet ook echt naar de kust.

 

 

Kaap Finisterra

 

In de middeleeuwen was het de gewoonte dat de pelgrims als ze hier aankwamen hun oude kleren verbrandden. Ook nu nog zijn er veel pelgrims, die hier kledingstukken, kapotgelopen schoenen of hun stok verbranden. Op de kaap is op de rotsen onder de vuurtoren daarvoor een brandstapel ingericht. Zelf heb ik vandaag niets meer om te verbranden, want de kleren die ik heb afgedragen zijn onderweg al weggegooid en mijn wandelschoenen en stok hoop ik nog lang te kunnen gebruiken. Ik beperk me dus tot wat rondlopen over de kaap, wat foto's maken en ervoor zorgen dat ik op tijd terug ben bij de bus. Dat lukt, maar voor een lunch heb ik geen tijd meer. Met moeite kan ik nog net ergens een rol biscuitjes kopen.

Na terugkomst loop ik nog wat rond in de stad. Maar op dit moment zie ik geen enkele bekende meer. De stad is net zo mooi als anders, maar lijkt haar magie voor mij te hebben verloren. Ook het restaurant van gisteren blijkt vandaag gesloten, zodat dit voor mij ook geen ontmoetingsplaats meer kan zijn en ik vraag me af of ik de vrienden die nog in de stad moeten zijn weer terug zal zien. Ik heb even het gevoel dat mijn pelgrimstocht en mijn verblijf in Santiago als een nachtkaars dreigen uit te gaan. Maar ik heb geluk. Op een terras in de Rua de Vilar belangrijkste winkelstraat vind ik aan het begin van de avond Bob, Asta, Carole en bijna de hele groep van gisteren weer terug. We hebben elkaar opnieuw een hoop te vertellen en we kunnen het maar matig waarderen dat net op dat moment, de plaatselijke harmonie een concert gaat geven op het pleintje waar we zitten. We wijken dus op den duur maar uit naar een restaurant in de buurt, dat volgens Bob een schappelijke prijs rekent voor een goede maaltijd. Binnen de kortste keren zitten we er met zijn dertienen te eten. Neil is er ook weer bij evenals de Amerikaanse studenten David en Gewand uit O Cebreiro en het echtpaar Van Helden uit Perth. Voor de laatste keer geniet ik van wat de Galicische keuken aan heerlijke visgerechten te bieden heeft. Aan het toetje komt Bob overigens niet toe, want hij moet voortijdig weg om de trein naar Madrid te halen, waar hij op het vliegtuig naar Australië moet stappen.

 

 

Straatje in Santiago

 

Na het eten maken we met de overgebleven leden van het gezelschap nog een rondje door de stad. Op het plein voor de kathedraal is het nog steeds gezellig. De doedelzakspeler en de gitarist van overdag hebben plaatsgemaakt voor een echte tuna (een groep zingende studenten met gitaren in 16e eeuwse kleding). De historische gebouwen rond het plein zijn bovendien prachtig verlicht. Een Amerikaanse dame uit ons gezelschap komt tenslotte op het woeste idee een afzakkertje te gaan halen in de bijzonder prestigieuze parador national aan dit plein, een van de sjiekste (wat nog niet wil zeggen een van de duurste) hotels van Spanje. Op haar kosten overigens! Daar zitten we dus met elkaar in de sfeervol ingerichte lounge, tussen de antieke meubelen en historische portretten aan de muur. De smetteloos geklede obers met klerikale tred en de onverstoorbaarheid van een Engelse butler verblikken of verblozen niet als het haveloze stelletje de lounge komt binnenvallen en ook bij de andere gasten valt niet meer dan een enkele opgetrokken wenkbrauw te ontdekken. We mogen bestellen wat we willen, maar ik heb voor vandaag al genoeg alcohol gehad, dus ik laat de cocktails met exquise namen maar zitten en bestel net als sommige anderen een kop chocolade (die ik trouwens nergens beter heb gehad dan hier). Maar om een uur of twaalf doet de vermoeidheid zich gelden en ik neem definitief afscheid van Asta, Carole en alle anderen. Bij terugkomst is de deur van de hostal al gesloten, maar met de chipkaart aan mijn kamersleutel kom ik er toch nog wel in. 

De volgende dag gaat mijn vliegtuig pas om half twee, dus heb ik de laatste nog tijd voor een korte stadswandeling. Ik maak nog een rondje rond de kathedraal en loop nog even door de twee belangrijkste winkelstraten van de stad. Om elf uur sta ik klaar op het busstation van de stad voor de bus naar het vliegveld. Het is vandaag weer zwaar bewolkt. Desondanks zie ik vanuit het vliegtuig af een toe een stuk van de noordkust van Spanje en zelfs kan ik vanuit de lucht Pamplona en de Sierra del Perdon herkennen, waarbij zelfs de route waarlangs we hebben gelopen ongeveer is na te gaan. Veel valt er verder niet te zien totdat ik om kwart over zes op Zaventem land. De treinreis naar Brussel en vandaar naar Dordrecht levert ook niet al te veel problemen op. Wel moet ik vanwege een gemiste aansluiting in Roosendaal de stoptrein nemen, zodat ik op station Dordrecht Zuid kan uitstappen. De laatste kilometer van de reis wordt daarmee geheel in stijl te voet met bepakking afgelegd. Om kwart over negen ben ik na vijf weken op pad te zijn geweest weer thuis.