Woensdag 25 juni

 

Monte de Gozo - Santiago de Compostela

5 km.

 

 

 

Dag 33

 

 

 

 

 

 


   

Aankomst

 

Vanaf vandaag is het uit met het vroege opstaan. Om acht uur ontbijten we uitgebreid met zijn vieren en om half negen sta ik gepakt en ge(rug)zakt klaar voor de laatste vijf kilometer. Het regent af en toe een beetje, maar niet zo hard dat ik mijn poncho aan hoef te trekken. Reinhardt, die een ontzettende hekel aan lopen in de regen heeft, stelt voor de bus te nemen naar Santiago om te voorkomen dat de laatste vijf kilometer nog alles nat wordt, maar dat vind ik maar niks. Dat is voor mij net zoiets als een Tourrenner die keurig de Alpe d’Huez en de Tourmalet heeft gereden, maar Parijs binnenkomt in de wagen van de ploegleider. Omdat het niet harder gaat regenen ziet ook Reinhardt van dit voornemen af.

De eerste kilometer lopen we nog samen, maar ik geef er de voorkeur aan na zoveel dagen alleen te hebben gelopen ook alleen aan te komen. Al gauw passeer je allerlei uitvalswegen en een spoorlijn en moet je een stuk omlopen om het stadion, maar dan ben je al snel in de buitenwijken en na ruim een uur sta ik aan de rand van het centrum. Veel pelgrims lopen nu linea recta door naar de kathedraal, maar wil liever eerst een kamer zoeken en mijn rugzak afdoen. Ik heb toch nog tijd genoeg! In de massale pelgrimsherberg van Santiago (waar naar men zegt ook nogal eens dieven hun slag slaan) heb ik geen trek meer. In de refugio van Palas de Rei had ik een advertentie zien staan van een goedkope hostal net honderd meter buiten het centrum. Het pension is snel gevonden en heeft nog kamers genoeg op dit tijdstip. Voor achttien euro per nacht heb ik een pijpelaatje met een piepkleine douche- annex toiletruimte. Daarmee heb ik alle luxe die ik verlang en voor de rest kom ik hier toch alleen maar om te slapen.

 

 

 Plaza de Platerias

 

Ik wist dat voor veel pelgrims de aankomst in Santiago een teleurstelling is. De stad voldoet niet aan de hooggespannen verwachtingen. Voor mij geldt dat absoluut niet. Daarbij speelt ook wel mee dat ik hier al eerder als toerist geweest ben, dus ik weet min of meer wat ik kan verwachten. Natuurlijk is er in een stad als Santiago veel commercie en de onvermijdelijke kitsch, maar vergeleken met andere religieuze plaatsen waar ik geweest ben vind ik het hier wel meevallen. Santiago is gewoon een mooie en gezellige stad, die behalve bedevaartsoord ook gewoon een bestuurscentrum en universiteitsstad is. Toch is het heel anders als je als pelgrim aankomt dan als toerist. Je beleeft alles veel intenser en je neemt veel scherper waar.

Nadat ik mij gesetteld heb is mijn eerste gang nu wel naar de kathedraal en het pelgrimsbureau. In de kathedraal blijf ik nu maar even. Later is er wel tijd voor een uitgebreider bezoek. Met plezier zie ik deze eerbiedwaardige en van alle kanten met mos begroeide berg grijs graniet terug. De barokke gevel van deze romaanse kathedraal heeft allerlei kleuren door de mosbegroeiing. Hoewel de Spaanse barok niet tot mijn favoriete bouwstijlen behoort, maak ik voor deze kerk toch een uitzondering. Bovendien heeft de 18e eeuwse aanbouw ervoor gezorgd dat het middeleeuwse beeldhouwwerk op de portalen vrijwel nergens ongeschondener is bewaard. Ook weet ik geen enkel gebouw waar romaans en barok tot zo'n harmonieuze eenheid komen. Ik had het niet verwacht, maar ik moet als nuchtere Hollander, toch even tegen mijn tranen vechten als ik de kerk binnenkom. Volgens de oude traditie omhels ik het beeld van Jacobus in het koor en leg mijn vingers in de holtes van de zuil bij de ingang. Ook hier geldt voor mij dat ik van de magische betekenis daarvan niets verwacht, maar dat ik wel graag in dit soort dingen de oude tradities wil voortzetten. Bij het pelgrimsbureau valt de drukte mee. Er zijn ongeveer tien wachtenden voor me om hun certificaat in ontvangst te nemen, waaronder twee oude bekenden: Helmuth uit de Allgaü die in Teradillos zo mooi in dialect kon zingen en Marcus, mijn Zwitserse slapie uit Castrojeriz. Ik heb het de afgelopen weken zo uit weten te kienen dat mijn pelgrimspas op een stempel na helemaal vol is, zodat er nog net ruimte is voor het laatste stempel. Twee minuten later neem ik met gepaste trots mijn certificaat en de felicitaties van Helmuth en Marcus in ontvangst.

 

 

 Kathedraal

 

Er is nog tijd voor een kop koffie voordat de pelgrimsmis om twaalf uur begint. Als ik op zoek ben naar een gezellige bar is Asta de eerste die ik tegenkom. Zij is gistermiddag hier aangekomen en heeft de laatste etappes samen met een landgenote gelopen. Zij logeert in een pension midden in het centrum. Ook Bob en Carole logeren daar. Zij is slechts de eerste van een lange rij bekenden die ik in de loop van de dag terug zal zien. Alleen dat al is voldoende reden om Santiago niet als teleurstelling, maar juist als een waardig slotakkoord te ervaren. In de kathedraal, in afwachting van de pelgrimsmis lopen heel wat oude bekenden rond. Hier zie ik ook Bob en Carole terug, evenals Claudia I en Olivier, die de laatste etappes samen hebben gelopen. Van Olivier hoor ik tot mijn spijt dat Christian inmiddels al naar huis is. Graag had ik van mijn tochtgenoot van het eerste uur hier afscheid willen nemen. Ook Stefan, Hermann en François zal ik niet meer terugzien. Marie Madeleine en Odile zijn nog wel in de stad en ik zal ze later op de dag nog tegenkomen.

Aan het begin van de pelgrimsmis wordt opgesomd welke nationaliteiten in alle startplaatsen begonnen zijn. Bij Saint Jean Pied de Port dus ook een Nederlander. De mis wordt opgedragen door vijf heren, waarvan er twee een aantal onderdelen vertalen in het Frans en Italiaans. Voorzanger is een non met een fantastisch mooie stem. Hoewel de Spaanstalige liturgie grotendeels langs mij heen gaat, is het een geweldige belevenis om hier met zoveel mensen uit zoveel verschillende landen, die geheel of gedeeltelijk dezelfde tocht hebben gelopen als ik te zitten en God te danken voor de geslaagde tocht. Vooral ook omdat er zoveel mensen bij zijn met wie ik de afgelopen weken vriendschap heb gesloten. Bob, die gisteren ook al hier is geweest, vertelt me dat toen het beroemde wierookvat heen en weer werd gezwaaid ter gelegenheid van het Sint Jansfeest. Vandaag blijft het vat in het museum staan, maar dat is voor mij slechts bijzaak.

 

 

 

 

Het was mijn bedoeling om na de mis nog even langs een reisbureau te lopen dat me door de plaatselijke VVV was aangeraden, om mijn terugreis te regelen. Maar veel komt daar nog niet van. Voortdurend ontmoet ik oude bekenden. Op dezelfde manier slaag ik er niet in voor de siësta het reisbureau te bereiken, zodat ik dat nu pas 's middags kan doen. Het was me inmiddels bekend dat ik met mijn pelgrimsdiploma vijftig procent korting op alle vluchten van de Spaanse nationale luchtvaartmaatschappij Iberia kon krijgen. Bij het reisbureau blijkt een vlucht van Santiago naar Brussel dan ook niet veel duurder dan de lange treinreis. Den keus is dan ook snel gemaakt. Over twee dagen vlieg ik aan het begin van de middag naar Brussel met een tussenstop in Barcelona. Als souvenir koop ik verder nog twee CD's waaraan ik goede herinneringen heb, namelijk de CD uit Taizé die ik in Cizur Menor heb gehoord en de Keltische muziek uit het restaurant in Palas de Rei.

Na de siësta wachten nog meer aangename verrassingen. Om te beginnen is de bewolking verdwenen en is het prachtig weer geworden, waarvan fotografisch even geprofiteerd moet worden. Bij het reisbureau kom ik tot mijn verbazing Christiane tegen. Ook zij wil nu haar terugreis regelen en ik hoor van haar dat Trix, Barbara en Marlene ook nog in de buurt zijn en kort daarop kom ik ze ook in de stad tegen. Dit wordt het meest emotionele weerzien van de hele dag, juist omdat ik deze reisgenoten van het eerste uur niet meer had verwacht terug te zien. Dat levert meteen ook een probleem op want nu zijn er twee gezelschappen, die verwachten dat ik vanavond met ze zal eten. Ik besluit daarom voor het eten eerst met het gezelschap rond Bob, Asta en Carole te gaan borrelen, en daarna met mijn vriendinnen van het eerste uur te gaan eten, want we hebben elkaar erg veel te vertellen. We spreken af bij punt nul, een tegel midden op het immense plein voor de kathedraal, die het eindpunt van de camino aangeeft. Overigens eten vanavond alle bekenden in restaurant, O Manolo, waar je als pelgrim voor 5,50 euro een volledige maaltijd kunt krijgen. Omdat Trix, Christiane en ik tegen sluitingstijd in de kathedraal, net als in Eunate, voor zolang het is toegestaan nog enkele liederen willen zingen, zijn we erg laat in het restaurant en moeten we even wachten tot ook de benedenzaal in gebruik wordt genomen.