Maandag 23 juni

 

Palas do Rei - Ribaidiso

26 km.

 

 

 

Dag 31

 

 

 

 

 

 


   

De Keltische erfenis

 

Zoals gebruikelijk begint iedereen ook hier weer al heel vroeg in de morgen te rommelen, maar nu gaat zelfs om kwart voor zes al het licht aan. En ik had al niet zo geweldig geslapen, doordat ik gisteren toch wel vrij laat nog erg zwaar getafeld had. Omdat ik nu toch al klaar wakker ben, maak ik ook maar dat ik wegkom en op een ontbijt kan ik ook maar beter niet wachten. Maar mijn matineuze vertrek wordt na vijf kilometer al beloond met een bar die een prima ontbijt verstrekt en onder het genot van zachte (alweer Keltische) muziek, geniet ik uitgebreid van mijn toast met jam en cafe con leche. Het weer is aanmerkelijk veranderd. De hele dag hangen de wolken laag, al zal dat vandaag niet tot regen leiden, al voel ik af te toe een paar spetters. Door de stenen muurtjes en de granieten huizen doet het landschap nu echt Keltisch aan, afgezien even van de eucalyptusbossen, die nu steeds talrijker worden. De Galiciërs willen trouwens ook wel weten dat ze in een van oorsprong Keltisch gebied wonen, want hoewel ze een taal spreken die meer op Portugees lijkt dan op Spaans, heeft hun cultuur nog veel Keltische elementen bewaard. Ook is hier het nationale instrument niet de gitaar, maar de doedelzak.

 

 

gelukkig bleef het droog

 

Door de bewolking is het vandaag bijzonder aangenaam weer om te lopen en het gaat weer fantastisch, na het getob van de afgelopen dagen. Halverwege de ochtend ben ik al in Melide de laatste grotere plaats voor Santiago. Het is een weinig interessant stadje met veel nieuwbouw, maar plotseling zie je tussen alle flats tot twee keer toe ineens weer een romaans kerkje waarvan een met een prachtig portaal, dat zo uit Ierland zou kunnen komen. Onderweg heb ik ook nog samen met Isabel en Kirstin een oud dorpskerkje van binnen bekeken. Het is grappig om te zien hoe verschillend beide op de eenvoudige inrichting met nogal wat kitscherige beeldjes reageren. Kirstin beoordeelt wat ze ziet nogal vanuit kunsthistorisch oogpunt en heeft er weinig waardering voor. Isabel daarentegen heeft oog voor het volksgeloof dat erachter schuilgaat en voor de zorgzame devotie waarmee de kerk is ingericht en is wel onder de indruk. 

Omdat volgens de gids de refugio van Ribadiso, waar ik de komende nacht wil slapen in the middle of nowhere ligt en er geen restaurant is, moeten er in Melide inkopen worden gedaan. Er zijn meer pelgrims die dezelfde conclusie hebben getrokken, want de supermarkt is vol met pelgrims. Kennelijk gebeurt dat vaker, want er is in de winkel een aparte ruimte ingericht waar de pelgrims bij het winkelen hun rugzak kunnen achterlaten, om te voorkomen dat ze wat omstoten met hun zware bepakking. Door alle boodschappen (vooral veel fruit) is mijn rugzak ineens wel twee kilo zwaarder, iets wat ik de rest van de etappe goed kan merken.

 

 

de refugio van Ribadiso

 

Als we om een uur ’s middags in Ribadiso zijn breekt de zon af en toe even door, al blijft het de hele dag bewolkt. De refugio ligt bij een brug en een voorde aan een riviertje in een historisch gebouw dat enige jaren geleden opnieuw in gebruik is genomen. Het is een idyllisch plekje en de refugio is dan ook een aangenaam oord om te vertoeven. Het uitzicht doet denken aan een schilderij van Constable. Er is een frisdrankautomaat, maar gezelliger is het om iets te drinken bij Bar Manuel op de heuvel boven de rivier, met een prachtig uitzicht over het rivierdal. Het landschap doet hier heel Engels aan en lijkt op de streek uit de televisieserie waarin inspector Barnaby allerlei Midsummer Murders op moet lossen. Omdat ik na vandaag waarschijnlijk geen mogelijkheid meer zal hebben om iets te wassen, geef ik alles wat smerig is nog even een goede beurt. Voor het avondeten heb ik weer een blik bonen met worst, verse tomaten en yoghurt gekocht. Terwijl ik bezig ben met koken proberen twee Italiaanse jongens brood te roosteren op een elektrisch fornuis. Dat wordt dus een grote puinhoop en het resultaat is verbrand brood en een enorme rookontwikkeling. Ze worden er daarna nog druk mee om alles weer schoon te krijgen. Na het eten zit ik in de tuin nog wat na te praten met Angelica, een Australische fysiotherapeute, die me vertelt heel terughoudend te zijn bij het vermelden van haar beroep, anders kan ze hier op de camino een volledige pro deo dagtaak verwachten. Overigens blijkt ze even later wel bereid een van de Zuid-Afrikaanse dames, die problemen heeft, te hulp te komen.