Zondag 22 juni

 

Portomarín - Palas do Rei

23 km.

 

 

 

Dag 30

 

 

 

 

 

 


   

De laatste loodjes

 

Hoewel de bar tegenover de refugio een ontbijt had beloofd, blijkt alles deze ochtend weer potdicht. Ik had er na mijn ervaringen van de afgelopen weken al op gerekend, maar het blijft toch balen! De tocht vandaag voert door een wat eenzamer gebied dan gisteren met veel bos en hei. Eigenlijk gebeurt er vandaag niet zo veel noemenswaardig. Wel is het nu ik aan de laatste honderd kilometer ben begonnen aanmerkelijk drukker geworden op de camino. Ook heb ik nog nooit zoveel fietsers gezien als vandaag. Als ik word gepasseerd door Nederlandse fietsers, wat een enkele keer voorkomt, stoppen ze vaak om een praatje te maken, omdat ze mij als landgenoot herkennen aan mijn gele vaantje van het Sint Jacobusgenootschap. Het is opnieuw warm, maar er is iets meer bewolking dan gisteren en de temperatuur is ook wat aangenamer. Ik merk dat de problemen met mijn linkerkuit eindelijk vrijwel over zijn, zodat ik de komende dagen toch weer eens wat beter hoop op te schieten.

 

Onderweg in Galicië

 

Rond een uur of twaalf zie ik de eerste eucalyptussen, die vooral in het westelijk deel van Galicië op grote schaal zijn aangeplant. Ze ruiken erg lekker en schijnen erg nuttig te zijn voor de cellulose-industrie, maar je kunt hier wel spreken van floravervalsing op grote schaal. Dit vooral omdat ze zoveel water nodig hebben dat andere planten eraan te kort komen. Op de bodem van deze bossen wil ook niet veel anders groeien dan één bepaald soort varen. Het is jammer dat hiervoor zovele wel inheemse eiken-, beuken- en kastanjebossen hebben moeten wijken. Er schijnt wel een natuurbeschermingswet te zijn, die hier iets tegen probeert te doen, maar vaak worden grote percelen oorspronkelijk bos uit pure winstbejag in brand gestoken en als het oorspronkelijke bos eenmaal verdwenen is staat het de eigenaar vrij ermee te doen wat hij wil.

De refugio is gelukkig koeler dan gisteren. Ik deel mijn hoekje van de slaapzaal met een Italiaanse vader met twee indiaanse kinderen. Ik vermoed dat hij ze in Latijns Amerika heeft geadopteerd. Ook deze kinderen lopen geweldig goed en ik zal ze in Santiago nog terugzien. Tot mijn verrassing zie ik hier ook Etienne uit Rouen terug, die in Los Arcos met een geblesseerde voet moest achterblijven en we spreken af vanavond samen te gaan eten om bij te praten. Toen ik hierheen liep kreeg ik van een jongen een reclameblaadje in mijn handen gedrukt, met het adres van restaurant O Porton, dat net iets buiten het centrum van het dorp ligt. Eileen, Moira en de andere Zuid-Afrikanen uit het gezelschap hebben het restaurant uitgeprobeerd en zijn wild enthousiast. Daarom proberen Etienne, Norman en ik het ook maar eens. Ze hebben niets teveel gezegd. Het eten is uitstekend met veel oog voor het detail, de bediening door het Asturische echtpaar dat de zaak beheert bijzonder vriendelijk en de (Keltische) muziek uitstekend. En dat alles slechts voor zeven euro per persoon! Ik vraag de eigenaar de naam van de CD die hij heeft gedraaid, zodat ik die in Santiago kan kopen. Het restaurant is overigens het enige wat me bij zal blijven van dit wat grotere dorp, waar verder eigenlijk niets interessants te zien of te beleven is.