Vrijdag 20 juni

 

Triacastela - Sarría

17 ( +4 ) km.

 

 

 

Dag 28

 

 

 

 

 

 


   

Politicivrije zone

 

Vandaag heb ik de keuze tussen twee routes richting Sarría. De eerste en de kortste voert over een heuvelrug met prachtige uitzichten, de tweede die negen kilometer langer is gaat langs de provinciale weg door het dal van de rivier de Ouribio langs het klooster Samos. Hoewel het klooster Samos beslist de moeite waard moet zijn, kies ik toch voor de landschappelijk mooiere route bovenlangs, in de hoop vandaag weer eens flink wat kilometers te kunnen maken. Als ik om een uur of zeven wakker word, blijkt vrijwel iedereen al vertrokken. Ik had kennelijk wat slaap in te halen. Ik maak dan ook dat ik wegkom. Gelukkig betekent mijn late opstaan wel dat ik al in het dorp kan ontbijten. In de bar tref ik tot mijn verbazing Bob aan, die met Neil had afgesproken weer samen op pad te gaan, maar hem nergens kan vinden. Al gauw gaat hij weer op zoek terwijl ik rustig mijn ontbijt wegwerk. In een redelijk opgewekte stemming loop ik langs de grote weg het dorp uit maar het duurt vrij lang voor ik de splitsing van beide routes, die ik vlak buiten het dorp had verwacht tegen kom. Na ruim twee kilometer haal ik Eileen en Moira in, die op weg zijn naar Samos en me vragen of ik van gedachten ben veranderd. Het blijkt dat de afslag al meteen na het restaurant was. Omdat het bordje wat laag was geplaatst had ik het niet gezien. Ik heb dus nu de keuze tussen twee kilometer terug lopen en opnieuw beginnen. Dus vier kilometer (= een uur lopen) extra of alsnog de lange route langs de weg nemen. Ik besluit toch om maar weer terug te gaan en pas om kwart over acht zit ik op de goede weg. En het belooft nu al een snikhete dag te worden.

 

Hoe kun je zo verdwalen?

 

Onmiddellijk na het verlaten van het dorp zit ik al weer op een doodstil pad, dat om te beginnen flink stijgt en wordt beschaduwd door eiken, beuken en kastanjebomen. Sommige bomen zijn zo te zien eeuwenoud, gezien hun omvang en grillige vorm. Er staat weer een harde en kurkdroge wind. De pollen vliegen in het rond en ik merk wel dat ik heel wat minder lucht heb dan normaal. Als ik bij de eerste bron kom staat er een jonge Duitse vrouw doodziek te zijn van de hooikoorts en ze kan ook bijna niet meer verder. Bij de eerste koffiestop tref ik tot mijn verwondering Neil aan op het terras. Het blijkt dat Bob en hij elkaar verkeerd hadden begrepen met betrekking tot de vertrektijd Omdat ze niet in hetzelfde gebouw sliepen zijn ze elkaar misgelopen. Neil en ik lopen daarna een stuk samen op. Maar na verloop van tijd kan ik Neil niet bijhouden. Ik heb vandaag te weinig lucht en bovendien krijg ik, naarmate ik Sarría nader steeds meer last van mijn linkerkuit. Dat is altijd al een zwakke plek geweest. In de afgelopen jaren heb ik tot twee keer toe hier een zweepslag gehad en als dat nu zou gebeuren is het einde oefening in het zicht van de haven. Ik ga daardoor steeds langzamer lopen, zodat ik met de tong op de schoenen rond half een in Sarría aankom. Ik heb enorm de pest in, want ik weet dat Bob, Christian en vrijwel al degenen met wie ik de afgelopen weken heb opgetrokken vandaag van plan waren verder te lopen. In een klap ben ik bijna al mijn kennissen kwijt en het is maar de vraag of ik ze nog terugzie.

 

 

Onderweg naar Sarría

 

In een zware downstemming kom ik bij de refugio aan, nadat ik op het laatste stukje in de bloedhitte ook nog een steile trap op moet. Maar daarmee is het leed nog niet geleden. De refugio blijkt namelijk een regelrechte ramp. De hospitalera begint met het inchecken, maar net als ik aan de beurt ben, loopt ze weg voor een langdurig interview met de regionale omroep. Ik ben dus genoodzaakt in de hal te blijven hangen, terwijl ik al zo kapot ben. Als ik eindelijk verder mag blijkt de refugio gebouwd te zijn in een soort koker tussen bestaande bebouwing. Dat betekent dat er geen ramen zijn. Al het licht moet komen door een koker met een glazen dak, waarin ook het wasgoed moet drogen. Met het licht komt ook de bloedhitte van buiten het gebouw in, zodat de temperatuur op de slaapzaal oploopt tot tegen de veertig graden. De architect is er kennelijk vanuit gegaan dat het in Galicië echt altijd regent! Bovendien ligt mijn slaapplaats pal boven de keuken en via de lichtkoker kun ja alles wat in de keuken wordt gezegd woordelijk verstaan. Dan blijkt ook heel duidelijk waarom volgens een internationaal onderzoek de Spanjaarden het luidruchtigste volk van Europa zijn. Over het algemeen zijn het heel aardige mensen, maar ze voelen zich toch wel erg vaak doodongelukkig zonder herrie. Als er al niet een radio of televisie staat te schallen, schreeuwen ze zelf wel om het hardst. Na verloop van tijd vlucht ik dan ook de refugio uit om, na wat levensmiddelen te hebben ingeslagen, wat rust te zoeken in het park. Michael en Gisela uit Koblenz, twee van mijn weinige overgebleven kennissen in de refugio hebben daar inmiddels ook hun toevlucht gezocht, samen met Reinhardt uit Bamberg, die ik nog niet eerder heb ontmoet. De temperatuurmeter van Reinhardt's horloge geeft aan dat het op dit moment 36,6 graden in de schaduw is.

 

 

Sarría

 

Terwijl ik met Reinhardt wat ervaringen uitwissel komen Eileen en haar dochter Anne Mary voorbij. Voor hen was geen plaats meer in de refugio en ze waren genoodzaakt verder te kijken. Toen bleek dat er in Sarría nog een tweede, net nieuw geopende particuliere refugio is, met een heel koele slaapzaal. Eileen showt me deze tweede refugio en als ik daar binnen kijk, hoef ik me geen twee keer te bedenken. Ik leg meteen mijn tas met boodschappen op een nog onbeslapen bed en Eileen legt er een trui bij en ik meld me aan bij de hospitalero. Met Reinhardt spreek ik af dat we vanavond samen gaan eten bij restaurant Lopez om verder te kunnen praten. Eerst haal ik mijn spullen op en met verwondering zien mijn zaalgenoten dat ik mijn rugzak weer inpak. Ik probeer Max en Sue die in het stapelbed naast me liggen te overreden ook mee te gaan, maar Sue is te moe om nog te verkassen. Ze besluiten te blijven, waar ze achteraf flink spijt van zullen blijken te hebben, want de Belgische dame die volgaarne haar bovenbed ruilt voor mijn onderbed, blijkt achteraf de hele nacht tegen de klippen op te hebben gesnurkt. Het blijkt dat ik niets te vroeg ben verhuisd, want na korte tijd komt een grote groep Spaanse jongeren binnen, die nu vrijwel alle bedden bezetten. Waarbij ik onmiddellijk mijn oordeel over de Spanjaarden weer moet bijstellen, want zelden heb ik een groep jongeren gezien die zich zo rustig gedragen.

Sarría is een redelijk grote plaats, maar het is goed te merken dat het het centrum is van een vrij arm gebied. Veel sfeer en bezienswaardigheden heeft het niet, al zijn er in de hoofdstaat wel een paar aardige stukjes. Evenals in de andere plaatsen in Galicië is goed te merken dat er rond deze tijd burgemeestersverkiezingen zijn. Overal hangen affiches van de kandidaten. In Sarría is er de afgelopen tijd kennelijk het nodige gebeurd in de plaatselijke politiek, want overal zie je affiches en leuzen, waarbij de betreffende wijk wordt uitgeroepen tot politicivrije zone.