Woensdag 18 juni

 

Villafranca del Bierzo - O Cebreiro

 

29 km.

 

 

 

Dag 26

 

 

 

 

 

 


   

De laatste grote klim

 

Vandaag wacht de koninginnerit naar Alpe d'Huez, oftewel de tocht via steile hellingen langs en door de kloof van de Valcarce met aan het einde de zware klim naar O Cebreiro, op de kam van het Cantabrisch Gebergte. In totaal 29 kilometer. De refugio biedt de mogelijkheid om de rugzakken per auto naar O Cebreiro te vervoeren en mede gezien mijn problemen met de toch niet zo zware etappe van gisteren laat ik mij daartoe verleiden. Daarna staan we allemaal voor de keus gaan we bovenlangs of gewoon benedenlangs via de weg. Tot voor kort liep de camino door de kloof van de Valcarce over de smalle nationale weg, die levensgevaarlijk was vanwege het drukke vrachtverkeer en de geringe mogelijkheden die de klof bood om uit te wijken. Daarom is een nieuw traject gekozen dat bovenlangs gaat. Een schitterende route, maar je moet vrij steil omhoog en naar beneden en de route wordt afgeraden voor onervaren lopers. Inmiddels is door het in gebruik nemen van de snelweg door de kloof de oude weg onderlangs een stuk minder gevaarlijk geworden, maar nog steeds voert de officiële camino over de berghelling.

 

 

de schitterende weg bovenlangs 

 

Bob voelt niets voor de weg bovenlangs, maar ondanks mijn problemen van gisteren wil ik het wel proberen. Bob loopt daarom vandaag met Neil, een Engelsman uit Jersey, en ik ga voor het eerst sinds de meseta weer echt alleen op pad. Zodra ik in Villafranca de rivier ben overgestoken begint al een supersteile klim over anderhalve kilometer. Toch valt het me niet tegen en als ik het eerste stuk eenmaal achter de rug heb is het goed te doen. De route bovenlangs is inderdaad schitterend en ik heb er geen moment spijt van dat ik voor de moeilijke variant gekozen heb. Achter me zie ik in het licht van de opkomende zon Villafranca liggen en je hebt ook een prachtig uitzicht op de onderliggende kloof. Van bovenaf is pas goed te zien hoe de aanleg van de snelweg heeft ingegrepen in het landschap. Mensen kunnen mooie dingen maken, maar als het al te grootschalig wordt brengt het vaak ook veel lelijkheid met zich mee. Grote kale plekken resteren tegen de berghellingen. Na verloop van tijd wordt de ochtendnevel in de kloof steeds dichter en op en gegeven moment loop ik echt boven de wolken in het dal.  Als de weg eenmaal bovenaan de bergkam loopt, gaat de route door een prachtig bos met tamme kastanjes. De route naar beneden is misschien nog wel steiler dan die naar boven en in ieder geval langer. Ik ben weer heel erg blij met mijn bergstok, zodat ik vrij snel en zonder blessures kan afdalen.

 

Het kastanjebos

 

In het dorp Trabadelo voert de weg verder door de kloof. Het eerste stuk is niet zo leuk omdat je constant onderlangs de snelweg moet lopen. Als de snelweg eenmaal naar rechts afbuigt keert de rust weer en voert de weg langs schilderachtige dorpjes in de steeds nauwer wordende kloof. Sommige van deze dorpen hebben een kleine refugio, maar de meeste pelgrims geven er de voorkeur aan van Villafranca in een keer door te lopen naar de top. In het laatste dorp verlaat de camino de inmiddels vrijwel verlaten provinciale weg en gaat de velden in. Al gauw beginnen nu de eerste hellingen. Het eerste uur gaat het nog vrij aardig. Maar halverwege krijg ik een enorme inzinking. Ik kom voor mijn gevoel nauwelijks meer vooruit en ik ben dan ook dolblij, dat ik op een gegeven moment Claudia (de eerste, uit Wenen) tegenkom, die daar zit uit te rusten. Samen gaan we verder naar boven in een iets kalmer tempo dan ik tot dusver gehanteerd heb. Ik heb gewoon iets te snel naar boven willen gaan. Ook nu is het nog flink zwaar, maar door de morele steun van Claudia en het iets lagere tempo gaat het klimmen nu een stuk beter. Als we bijna bij de top zijn passeren we de grenssteen tussen Castilië en Galicië. Weer een mijlpaal! Van hieruit staat om de vijfhonderd meter de resterende afstand naar Santiago aangegeven. Een heel bemoedigend of juist ontmoedigend gezicht, al naar gelang je stemming. Volgens insiders zou je het Cantabrisch Gebergte moeten beklimmen en O Cebreiro moeten bereiken met nevelachtig weer, dat voor de juiste mysterieuze sfeer moet zorgen en de pelgrim meer ontvankelijk moet maken voor het hogere. Vandaag niets van dit alles. Het is vrijwel wolkeloos en de droge lucht maakt de contouren van het omringende landschap messcherp zodat je tot tientallen kilometers in de omtrek kunt kijken. Kennelijk hebben wij onze portie mist en regen al in de Pyreneeën gehad.

 

Bijna boven!

 

Als we bovenaan de helling zijn lopen we langs een muur en van het ene moment op het andere staan we midden in O Cebreiro. Het slechts kleine dorp is gebouwd van grijze graniet rond een kerkje uit de negende eeuw. Hier zijn nog enkele traditionele Keltische ronde huisjes bewaard gebleven, die inmiddels minutieus zijn gerestaureerd. Het is hier prachtig, maar door het heldere weer doet het mij allemaal iets te opgepoetst aan, en een vergelijking met het Drentse Orvelte dringt zich op. Ook hier veel souvenirwinkels en restaurants, maar het kopen van spullen voor een fatsoenlijk ontbijt is een bijna onmogelijke opgave. Dat neemt niet weg dat het dorp zeer de moeite waard is. Het kerkje is bijzonder mooi. In een vitrine staat onder meer een gouden kelk met pateen. Daarmee wordt de pelgrim herinnerd aan het wonder dat zich hier in de middeleeuwen heeft afgespeeld. Een pastoor moest aan het einde van een donkere winterdag de mis opdragen, maar had geen zin en was liever in zijn bed blijven liggen. Toen er ondanks het slechte weer toch een boer naar de kerk was gekomen om de mis bij te wonen, zat hij er toch aan vast en hij had dus flink de smoor in. Terwijl hij met frisse tegenzin de mis opdroeg veranderde brood en wijn ineens echt in vlees en bloed. De lamlendige pastoor was meteen bekeerd en was voortaan een van de meest plichtsgetrouwe geestelijken langs de hele camino. Sindsdien worden deze kelk en pateen in Galicië zeer geëerd en ze hebben zelfs een plaats gekregen op de regionale vlag. Volgens sommigen zou dit zelfs de heilige graal zijn, maar die theorie vindt, zelfs in Spanje, weinig aanhang. Het enkele meters buiten het dorp ligt een grote een vrij nieuwe refugio. Het is inmiddels een uur of drie en ik hoop nog een slaapplaats te kunnen vinden. De grote slaapzaal is al vol, maar als ik arriveer wordt net de tweede slaapzaal op de bovenverdieping geopend en ik krijg een riante plaats in een gewoon bed, zonder bovenbuurman of -vrouw met genoeg ruimte voor de bagage. Ook het water van de douche is nog warm. Daarna loopt de refugio echter snel vol. Vrijwel alle pelgrims uit de verschillende refugio's beneden in het dal zoeken hier onderdak en daarvoor zijn echt te weinig bedden. Als Bob, Asta en Carole rond een uur of vier arriveren zijn er alleen nog maar slaapplaatsen op de grond. Omdat Asta geen matras bij zich heeft mag ze de mijne lenen. Het is hier net Alpe 'd Huez. Nadat de eersten zijn gearriveerd is het wachten wie er op tijd binnenkomt. Degene die te laat is wordt weliswaar niet uit het klassement geschrapt, maar moet wel op de grond slapen.

 

De Asterix- en Obelixhuisjes van O Cebreiro

 

Door het prachtige weer blijf ik lang met de andere pelgrims op de terrasjes van het dorp hangen en ik maak kennis met weer een heleboel nieuwe reisgezellen. Ik blijf zelfs te lang hangen waardoor ik veel te laat ben voor de pelgrimszegen. Dat spijt me toch wel, want dat had me juist op deze plaats een hele belevenis geleken. Daar staat weer een van de gezelligste maaltijden van de hele camino tegenover. Ons vaste clubje van vier wordt vanavond aangevuld met een aantal jongere en oudere pelgrims en aan de maaltijd zit ik tussen Neil, de twee Amerikaanse studenten David en Javod (van Iraanse afkomst) en Anna Lisa, een beeldschone zeebiologe uit Oslo. Wij zitten met zeventien personen en acht nationaliteiten aan tafel. Ook hier blijkt weer hoe de verschillende nationaliteiten en leeftijdsgroepen zich vanzelfsprekend mengen. Je ziet de meest onwaarschijnlijke combinaties.

 

   

Uitzicht vanuit de refugio

 

Mijn verwachting van een goede nachtrust komt helaas niet uit, vanwege de ergste snurker van de hele camino. Hierbij verbleken zelfs de prestaties van de man uit Hornillos. In ieder geval het kost me ontzettend veel moeite om bij die herrie in slaap te komen, zelfs mijn oordoppen helpen hier niet tegen. Als ik de volgende ochtend wakker word blijken de twee Duitse dames, die vannacht mijn buren zouden zijn, uit wanhoop hun matrassen te hebben gepakt en bij de laatkomers in de keuken te zijn gaan slapen. Ik weet zeker, dat als ik van mezelf zou weten dat ik zo zou snurken, ik niet in refugio's zou willen overnachten en anders zou Annet me er wel van hebben weerhouden. Maar deze man lijkt me niet het type waarbij een vrouw veel in te brengen heeft.