Maandag 16 juni

 

El Acebo - Ponferrada

16 km.

 

 

 

Dag 24

 

 

 

 

 

 


   

Een stad met twee gezichten

 

Na de mega-etappe van gisteren doen we het vandaag maar even wat rustiger aan. Om te beginnen ‘slapen we uit’ en gaan pas om kwart over zeven weg, na een uitgebreid ontbijt in het restaurant. Na het dorp moeten we nog een tijdje de grote weg volgen, maar daarna gaan we al gauw een zijpad in dat steil afdaalt naar Molinaseca. Het is een behoorlijk zwaar traject, waar we zeker anderhalf uur over doen en vooral Bob heeft het er vandaag moeilijk mee na de inspanningen van gisteren. Het laatste stuk besluit hij dan ook over de grote weg te gaan terwijl ik het pad verder volg. Het blijkt absoluut niets uit te maken, want we komen allebei precies tegelijk aan bij de brug van Molinaseca, een door de Spaanse monumentenzorgers piekfijn opgeknapt stadje.

 

 

de brug van Molinaseca

 

Na een uitgebreid bezoek aan een herstellingsoord, volgen we verder voor een groot deel de provinciale weg naar Ponferrada. Ook de laatste kilometers neemt Bob de weg en kies ik voor de route van de camino. We komen daardoor Ponferrada van verschillende kanten binnen. De refugio is net buiten het centrum en is ondergebracht een nieuw gebouw vlak naast een oud romaans kerkje. Als ik daar arriveer heeft Bob al ingecheckt en we belanden elk in een andere vierpersoons kamer. We worden door de hospitalero ontvangen met limonade en biscuitjes. De refugio ziet er prima uit en is een van de beste van de hele camino. In de voorhof is een vijver aangelegd met een fonteintje, die dan ook meteen het ontmoetingspunt is van alle pelgrims die hier logeren. Bij de vijver zijn twee kunstenaars, een man en een vrouw, bezig een grote houtsculptuur te maken. Een stam van een kastanjeboom wordt bewerkt tot een soort totempaal met allemaal afbeeldingen die iets met de camino te maken hebben. Ze zijn al een maand bezig en hopen op 25 juli, de naamdag van de Heilige Jacobus het beeld gereed te hebben, zodat het dan plechtig naast de refugio kan worden geplaatst.

Als we de stad gaan verkennen blijkt Ponferrada twee gezichten te hebben. Het is een vrij grote mijnbouw- en industriestad met een klein historisch centrum. De grote trekpleister is het enorme tempelierskasteel aan de rand van het centrum. Het is een van de grootste middeleeuwse kastelen van Spanje en in ieder geval de buitenkant is prima bewaard gebleven en het slot ziet er indrukwekkend uit met zijn gave torens en kantelen. Helaas is het maandag, dus museumsluitingsdag en kunnen we niet binnen een kijkje nemen. Daarnaast heeft de stad nog twee gezellige pleinen met een leuk poortje. Kennelijk gaat het deze stad de laatste tijd vrij goed, want de hele binnenstad krijgt een opknapbeurt en ook proberen verschillende prestigieuze nieuwbouwprojecten de directe omgeving van het centrum een wat aantrekkelijker aanzien te geven. Bij het VVV kantoor, waar we een plattegrond van de stad halen, krijgen we van het vriendelijke meisje aan de balie de gelegenheid om een e-mail naar huis te sturen. Ook wordt er nog een bezoek gebracht aan het postkantoor, waar Bob er eindelijk in slaagt postzegels kan kopen om al zijn ansichtkaarten te versturen. Het is moeilijk te vinden, dus mijn kennis van het Spaans komt vandaag weer goed van pas.

 

 

Ponferrada, Tempelierskasteel

 

Bij terugkomst in de refugio blijken ook Asta en Carole hier te zijn gearriveerd, die dus in Manjarin hebben overnacht en vanochtend het Cruz de Ferro hebben gepasseerd. Bob en ik zien hier trouwens allebei veel oude bekenden weer. Vooral het weerzien met Claudia, die haar achterstand ten opzichte van mij heeft ingelopen, doet me veel plezier. De opmerkelijkste nieuwkomers zijn vandaag echter een Engels gezin, man vrouw en vijf kinderen in de leeftijd van zes tot twaalf jaar, waarvan een met het syndroom van Down. De man vertelt dat ze elke dag 10 à 15 kilometer lopen om het voor de kinderen niet al te zwaar te maken. Vanaf Roncesvalles zijn ze nu twee maanden onderweg. Met de scholen van hun kinderen schijnen de ouders geen problemen te hebben gehad en ik vermoed dat ze deze maanden hun kinderen zelf zoveel mogelijk bijspijkeren. In ieder geval is het wel een enorme ervaring voor ze! Ze zijn in ieder geval de bezienswaardigheid van de refugio en vooral de Spanjaarden en Italianen zijn diep onder de indruk. De kinderen vermaken zich ondertussen prima bij de fontein. Een aangename plaats om te vertoeven, want het is inmiddels al weer ver boven de dertig graden. Ook vandaag dreigt verschillende malen een onweer, maar ook nu blijft het nog steeds droog.

Bob en ik hebben besloten vanavond samen spaghetti te koken en er een salade bij te maken. Het duurt enige tijd voordat we ergens buiten het centrum een supermarkt hebben gevonden, maar uiteindelijk lopen we bepakt en bezakt terug naar de refugio. Bob blijkt een ervaren en efficiënte kok en ik hoef me alleen maar te beperkten tot wat ondersteunende werkzaamheden en wat afwas. De keuken is behoorlijk vol, maar ook hier blijken weer de zegeningen van de verschillende etenstijden tussen Noord- en Zuid-Europeanen. Zo lopen we elkaar tenminste niet in de weg. Bovendien is deze keuken heel groot, zodat je nauwelijks merkt met hoeveel we eigenlijk zijn. Na het eten gaan we naar de pelgrimszegen in het romaanse kerkje naast de refugio. Het is onlangs gerestaureerd en in de koepel zijn moderne schilderingen aangebracht, die alle verband houden met dit deel van de camino. Ook deze bijeenkomst is weer heel indrukwekkend. Tot slot wordt het Onzevader in zes verschillende talen gebeden waaronder het (Zuid-)Nederlands. De teksten van de liturgie worden afwisselend in het Spaans, Frans, Duits en Italiaans gelezen. Na afloop krijgen we van de pastoor nog een toelichting op de schilderingen in de koepel. De pastoor heeft het hier duidelijk naar zijn zin en blijft nog lange tijd met de pelgrims en hospitalero’s napraten.