Zaterdag 14 juni

 

San Martín del Camino - Astorga

22 km.

 

 

 

Dag 22

 

 

 

 

 


   

De brug van de ridder zonder vrees of blaam

 

Dankzij onze inkopen van gisteren kan ik vandaag net zo uitgebreid ontbijten als ik thuis gewend en voldaan ga ik vandaag op stap met beide dames. Asta’s voeten zijn gelukkig voldoende hersteld, zodat ze ook weer met ons mee kan. Na ongeveer een uur bereiken we de brug bij Hospital de Órbigo, waar Bob ons al op staat te wachten. Deze middeleeuwse brug is de langste van de hele camino. Ook aan deze brug is weer een verhaal verbonden, dat bovendien waar gebeurd schijnt te zijn. In het jaar 1434 had ridder Suero de Quiñones uit Léon als hommage aan de dame waarop hij verliefd was, de gelofte afgelegd om dertig dagen lang alle ridders die hierlangs kwamen uit te dagen tot een gevecht. Degenen die hij in het stof deed bijten konden verder gaan naar Santiago maar moesten eer betuigen aan de dame die hij beminde. Hij vond daarbij negen medestanders en gauw ontstond er naast de plaats waar de ridder en zijn metgezellen hun tegenstanders uitdaagden een heel toernooiveld, met tribunes voor de toeschouwers en tenten voor de ridder en zijn gevolg. Na dertig dagen hield de ridder het voor gezien en trok verder naar Santiago en legde de keten die hij van zijn jonkvrouw had gekregen aan de voeten van Sint Jacobus. Hoe hij daar vervolgens werd ontvangen door de dame die hij beminde vermeldt de historie helaas niet. Sinds 2000 wordt als herinnering hieraan bij de brug ter wille van de toeristen regelmatig het toernooi nagespeeld. Een groot aantal bewoners van de stad doet hier, gehuld in middeleeuwse kledij aan mee. Bij de brug is het vroegere toernooiveld hiervoor opnieuw ingericht, te herkennen aan de vele vlaggen, die hier nog wapperen.

Hospital de Órbigo is trouwens een leuk stadje met een vrij gaaf historisch centrum. Ook de refugio waar Bob heeft gelogeerd is in een mooi oud pand gevestigd en Bob laat ons nog even de sfeervolle binnenplaats zien. Na een bak koffie zetten we er de sokken in richting Astorga. Gelukkig verlaat de camino na vele vrij saaie etappes eindelijk de grote weg. Ook het landschap wordt meteen een stuk aantrekkelijker en ook weer heuvelachtiger. De weg kronkelt door graanvelden en eikenbossen. Voor het eerst sinds lange tijd krijgen we ook weer een paar pittige zij het korte hellingen. Vlak voor Astorga moeten we een laatste heuvelrug oversteken. Bij een groot stenen kruis op de top heb je een prachtig overzicht over de stad met de daarachter gelegen bergen. Morgen wordt het weer echt menens!

 

 

Hospital de Orbigo

 

Het duurt van hieruit nog zeker een uur voor we het centrum van Astorga hebben bereikt. Zelf was ik eigenlijk liever naar de refugio gegaan, die door een religieuze broederschap wordt beheerd, maar de anderen geven de voorkeur aan de gemeentelijke refugio. Die is ondergebracht in een voormalig kantoorgebouw aan de rand van de binnenstad. Die biedt alles wat nodig is, maar ik vind hem nogal kil en onpersoonlijk en ik mis vooral de ruime tuin van gisteren. Een en ander wordt wel goed gemaakt door een CD speler die geweldige gouwe ouwe hits speelt. In mijn stapelbed lig ik ontspannen naar Vangelis te luisteren. Mijn stemming is op dat moment wat dubbel. Mijn favoriete hits van thuis doen me toch wel verlangen naar vrouw en kinderen en ook heb ik mijn twijfels over de komende dagen. Het is de afgelopen dagen erg gezellig geweest met zijn vieren, maar ik heb wel onvoldoende gelegenheid gehad om alleen te zijn om na te kunnen denken en daar heb ik toch wel behoefte aan. Ik weet dan ook nog niet of ik wel samen met ons groepje verder wil lopen. Het wordt nog moeilijker als Asta me komt halen voor een uitgebreide lunch, waarvoor Bob en Carole erg hun best hebben gedaan, terwijl Asta en ik aan het douchen en uitrusten waren. Vooral de asperges en de sardines smaken uitstekend.

 

 

Astorga, kathedraal

 

Na de siësta houden Bob en ik ons bezig met de gebruikelijke stadsbezichtigingen. Hoewel Astorga een heel oude stad is en nog steeds zijn Romeinse muren heeft behouden vind ik de binnenstad voor het grootste deel vrij sfeerloos. Er zijn echter twee bezienswaardigheden die je echt gezien moet hebben. Het eerste is de kathedraal, een geslaagde mengeling van gotische en renaissance elementen, met schitterende reliëfs in het kerkportaal en een prachtig hoogaltaar. De twee barokke torens zijn ook heel karakteristiek en doen erg denken aan de architectuur van de barokkerken in Latijns Amerika. Bob is weer zichtbaar onder de indruk van de vele eeuwen geschiedenis die hier op ons neerkijken. Ook ik vind de kerk beslist de moeite waard, maar ik ervaar hier niet de ontroering die ik wel in Frómista en León had. Over het nabijgelegen bisschopspaleis dat door Gaudí is gebouwd, verschillen Bob en ik van mening. Bob vindt maar nep-middeleeuwse disneyarchitectuur en het spreekt hem totaal niet aan. Ik ben het daar niet mee eens, al moet ik wel eerlijk toegeven dat Gaudí in zijn leven wel mooiere dingen heeft gebouwd. Aan een bezichtiging van het in het paleis gevestigde museum hebben we niet zoveel behoefte, in mijn geval omdat ik ook hier al eens eerder ben geweest. Het museum was best interessant en het was ook wel leuk om het gebouw van binnen te zien, maar ik hoef er nu geen tweede keer in.

 

 

Astorga, ingangsportaal kathedraal

 

Een ander pluspunt van deze stad is de gezellige Plaza Mayor met een mooi stadhuis. Het heeft een open toren met daarin een klok, waarop de beelden van een man en een vrouw in regionale klederdracht (Maragatos) de uren slaan. Hier is ook een internetcafé, zodat we allebei een mail naar huis sturen. Als we na afloop samen een pilsje pakken blijkt ook Bob mijn twijfels over ons groepje te delen. We zijn het erover eens dat we niet met zijn vieren bij elkaar moeten blijven, maar we moeten morgen maar eens zien hoe we dat regelen.