Vrijdag 13 juni

 

León - San Martín del Camino

27 km.

 

 

 

Dag 21

 

 

 

 

 


   

Langs de grote weg

 

Om de circa vijftig kilometer naar Astorga af te leggen heb je de keus uit drie dorpen waar je kunt overnacht. We besluiten voor San Martin del Camino te kiezen omdat die het meest op de helft van het traject ligt. De refugio daar is nog maar pas geopend en staat nog niet in de meeste gidsen, daarom staat onderweg op verschillende muren gekalkt, dat je ook in San Martin hier kunt overnachten. Asta heeft nog teveel last van haar blaren en ook Bob heeft sinds gisteren problemen met zijn voeten. Zij besluiten vandaag dan ook maar met de bus te gaan, zodat ik alleen met Carole overblijf. Ook Anders loopt de eerste kilometers nog met ons mee, maar is op den duur toch te snel voor ons. 

Omdat ik al eerder in Léon ben geweest weet ik een kortere weg naar de rand van de stad dan de gids aangeeft. Weliswaar kom je dan niet langs alle bezienswaardigheden van de stad, maar die hebben we gisteren immers al gezien. Bij het hostal de San Marcos komen we weer op de route. Deze voormalige pelgrimsherberg is nu een van de mooiste hotels van Spanje. De gevel is rijk versierd in Spaanse renaissancestijl, die de Spanjaarden plateresco noemen, omdat de ornamenten op de gevel met enige fantasie doen denken aan de versieringen op een zilveren schaal. Net als bij Burgos valt het traject om de stad uit te komen niet mee, eindeloze voorsteden langs een drukke weg. Het enige opmerkelijke dat we de eerste kilometers tegenkomen zijn grotwoningen of -schuren, heuveltjes, met daarin een ronde deur. Het lijken net de hobbithuizen uit de film Lord of the Rings. Maar na El Virgen del Camino, waar we tegenover de moderne bedevaartskerk ons ontbijt nuttigen, wordt de bebouwing toch wat schaarser. Nog altijd zijn alle torens bedekt met ooievaarsnesten en meer dan eens zitten er wel een stuk of vijf ooievaarfamilies op één toren. Voor de rest biedt dit traject weinig opzienbarends, ook al omdat je voortdurend langs de grote weg loopt. Ook hier weer op elke toren verschillende ooievaarsnesten.

 

 

Na een korte onderbreking in een chauffeurscafé vlak voor Villadangos de Paramó, zijn Carole en ik al om half een in San Martin. We hebben de 27 kilometer in zes uur afgelegd, niet gek! De refugio is ondergebracht in een gebouw aan de voet van de lokale watertoren. Er is maar één grote slaapzaal, maar die is heerlijk koel. Dat komt mooi uit want hoewel het vandaag vaak bewolkt is geven de wolken niet veel koelte. Ook de keuken en het sanitair zijn hier prima. Sint Jacobus blijkt me ook vandaag weer goed gezind. Vanochtend heb ik namelijk de zeem, die ik de afgelopen weken als handdoek heb gebruikt in Léon laten liggen, en uitgerekend deze refugio verkoopt handdoeken, iets wat ik nog niet ergens anders had gezien! We treffen hier alleen Asta aan, die verbaasd is dat we er nu al zijn. Bob blijkt de voorkeur te hebben gegeven aan de volgende refugio in Hospital de Órbigo. Hij zag namelijk water lekken uit de top van de watertoren en kreeg erbij het gevoel dat de toren elk ogenblik op de refugio zou kunnen storten. Onzin natuurlijk, maar omdat hij zeker wist daardoor geen ogenblik rustig te kunnen slapen, besloot hij toch een deurtje verder te gaan. Ik versta het eerst maar half en schrik behoorlijk, want ik begrijp hierdoor dat Bob in het ziekenhuis is beland. Dat valt dus mee. Voor morgen heeft hij met Asta afgesproken bij de brug van Hospital de Órbigo op ons te  wachten.

Ook deze refugio heeft een grote tuin. Dat deze aan een drukke weg ligt mag de pret niet drukken. We kunnen lekker buiten zitten in de schaduw en ik kan mijn smerige spullen weer eens een flinke wasbeurt geven. Zelfs mijn vreemdelingenlegioenpet neem ik vandaag mee, want die ruikt ook niet al te fris meer na al die weken intensief gebruik. Carole heeft beloofd vanavond voor ons te koken. Het wordt een salade op basis van sla, kikkererwten tomaten en asperges. Het dorp blijkt twee winkels rijk, een bakkerij en een kleine supermercado. Samen gaan we eerst naar de supermarkt. Daar is net de dochter van het echtpaar op bezoek met een kleindochter van ongeveer een jaar oud. Asta en Carole blijken bij de peuter in de smaak te vallen waardoor ineens een heel leuk contact ontstaat tussen de trotse grootouders en de drie pelgrims. Ik heb het weer even druk met tolken, maar gelukkig heeft Carole, als lerares Frans ook een goed ontwikkeld taalgevoel, zodat we elkaar vrij goed begrijpen. De tomaten en sla in de schappen zijn inmiddels uitverkocht, maar voor ons wordt alles wat we nodig hebben uit de moestuin gehaald. Verser kan het niet! We krijgen bovendien uitgebreid advies over de wijn, die we bij de maaltijd willen drinken. Het blijkt inderdaad een van de beste wijnen te zijn die we tijdens onze reis hebben gedronken. Net zo lekker als een goede rioja, maar wel een stuk goedkoper. Na ook nog de plaatselijke bakkerij te hebben bezocht voor een hoeveelheid brood voor vanavond en motgenochtend, gaat Carole aan de slag en het resultaat mag er wezen.