Donderdag 12 juni

 

Mansilla de las Mulas - León

17 km.

 

 

 

Dag 20

 

 

 

 

 


   

Een stad vol kunstschatten

 

Ook vandaag zijn Bob en ik al om zes uur weg, uiteraard zonder ontbijt. Het stuk naar León, de een na grootste stad op de camino,  is opnieuw weinig inspirerend. Veel rommelige nieuwbouw en veel industrie. Naarmate we León naderen wordt het landschap heuvelachtiger en volgen de dorpen elkaar dichter op. Helaas is er nergens een bar te bekennen die al open is. Achter ons loopt een meisjesachtige Spaanse vrouw, die er nogal hippieachtig uitziet. Als de zon opkomt, maakt ze halt en als een echte sjamaan (of moderne heks) begroet ze met rituele gebaren de opkomende zon. Overigens is Isabel, zoals deze excentrieke dame blijkt te heten, na Juan en de Madrileense meisjes uit Nájera een van de eerste Spanjaarden, met wie ik wat meer contact krijg. Weliswaar spreekt ze geen woord over de grens, maar ze spreekt langzaam en duidelijk waardoor we elkaar toch vrij goed kunnen begrijpen. Zijn het tot León vooral de buitenlanders die de meerderheid van de pelgrims uitmaken, na León wordt het percentage Spanjaarden steeds hoger. Ook Italianen ga je steeds vaker zien.

Al gauw zien de we de stad en de kathedraal al liggen, maar om er te komen moet je eerst een aantal grote wegen passeren. Vooral het stuk over de berm van een snelweg is niet bepaald aangenaam. Als we eindelijk in de buitenwijken van de stad zijn, moet er echt even gerust worden op de bankjes van een bushalte. Als we weer op weg zijn, ontdek ik tot mijn schrik dat ik mijn stok bij de halte heb laten liggen. Dat betekent bijna een kilometer teruglopen in de hoop dat hij er nog staat. Met Bob spreek ik af dat we elkaar weer bij het Benedictinessenklooster, waar we onderdak hopen te vinden, terug zullen zien. Gelukkig is mijn stok er nog, maar als bijna tegelijkertijd de bus naar het centrum aan komt rijden wordt de verleiding te sterk en leg ik de laatste drie kilometer naar de stad per openbaar vervoer af. Helaas heb ik geen gepast geld en de chauffeur weigert te wisselen, maar een jonge zakenman, strak in het pak met een attachékoffer, is zo aardig het kaartje voor een vermoeide pelgrim te betalen. 

 

Léon, kathedraal

 

Zo word ik keurig midden in het centrum van de stad afgezet. Ik snak nu echt naar een bak koffie en  voordat ik naar het klooster ga strijk ik neer op een terras voor een cafe con leche met een croissant. Tot mijn verrassing komen al gauw Asta en Carole langslopen. Zij zijn van de refugio in El Burgo Ranero linea recta naar het plaatselijke stationnetje gegaan en hebben daar de trein naar León genomen. Vooral Asta heeft een flink aantal blaren en wil vandaag liever niet lopen. Samen gaan we op zoek naar het Benedictinessenklooster, dat midden in het middeleeuwse stadsgedeelte ligt en een gastenverblijf voor pelgrims heeft. Léon heeft ook een gewone refugio, maar die ligt ver buiten het centrum zodat het klooster meer in trek is. Om kwart voor elf zit er al een flinke rij te wachten. Bob is er ook al, evenals al mijn Franse vrienden en kennissen. Om elf uur worden we toegelaten tot de binnenplaats om ons in te schrijven onder leiding van een jonge Duitse hospitalera. De accommodatie is Spartaans, maar goed genoeg voor het doel. Voor het eerst worden hier de schaapjes en de bokjes gescheiden en is er een aparte mannen- en een vrouwenslaapzaal.

Na ons even opgefrist te hebben gaan we met zijn vieren de stad in maar al gauw splitsen we ons op. De dames willen wat boodschappen doen en een e-mail naar huis sturen en Bob en ik willen gewoon wat rondlopen en een kijkje nemen in de kathedraal. Deze is kleiner dan Burgos, maar zeker zo indrukwekkend. Het koor en het schip zijn hier niet zoals elders in Spanje gescheiden door een hek, zodat dit hier een van de weinige kathedralen is waar je alles in een keer kunt overzien. Ook deze kerk is rijk aan kunstschatten, maar het allermooist zijn hier de gebrandschilderde ramen. Velen dateren nog uit de middeleeuwen, zodat León met recht wel eens het Chartres van Spanje wordt genoemd. Net als in Frómista maakt de kerk nu ik hier als pelgrim kom een nog veel overweldigende indruk op me dan de eerste keer. Opnieuw krijg ik een brok in mijn keel en ik moet echt even tegen mijn tranen vechten. Bob, die in eigen land niet gewend is aan zoveel eeuwen bouwhistorie is misschien nog wel meer onder de indruk dan ik. Hoewel ik dat tot aan mijn pelgrimstocht eigenlijk nooit deed, is het voor mij nu niet ongewoon om te gaan bidden als ik een kerk binnenkom die veel indruk op me maakt. 

 

 Leon, kathedraal

 

Allebei besluiten we na de siësta hier nog een keer terug te komen. Op de terugweg naar het klooster zwerf ik nog wat rond door de middeleeuwse wijk rond de Plaza Mayor. Na tijden van verval wordt deze buurt nu gerehabiliteerd. Een paar straten zijn al klaar en vormen een aaneenschakeling van restaurantjes en barretjes. De Plaza Mayor was de vorige keer dat ik hier was opgebroken wegens de aanleg van een parkeergarage. Inmiddels is het plein weer toegankelijk. Veel panden zijn al opgeknapt maar aan een kant zijn alleen lege gevels te zien. Het is de bedoeling dat hierachter binnenkort  totaal nieuwe gebouwen worden opgetrokken. Na een pilsje met wat hartigs erbij wordt het tijd voor de siësta. 

Na de siësta wordt de stad verder verkend. Tijdens mijn vorige reis had ik wel een bezoek gebracht aan het Pantheon de los Reyes (pantheon van de koningen) in de romaanse kloosterkerk van de heilige Isodorus van Sevilla, maar niet de gelegenheid gehad het bijbehorende museum van middeleeuwse kunst te bezoeken. Dit verzuim kan ik nu inhalen. Het pantheon is wereldberoemd om de 11e eeuwse plafondschilderingen. Met name het gedeelte van de verkondiging van Jezus geboorte is fantastisch goed bewaard gebleven en ik kan goed begrijpen, waarom dit wel eens de Sixtijnse kapel van de romaanse schilderkunst wordt genoemd. In deze kapel zijn verder een aantal sobere sarcofagen te bewonderen van regionale koningen uit de negende en tiende eeuw. Ook het bijbehorende museum dat alleen onder de leiding van een gids bezocht kan worden blijkt echt de moeite waard, vooral vanwege de prachtige edelsmeedkunst en geïllustreerde handschriften. Na een tweede bezoek aan de kathedraal, waar ik opnieuw flink wat tijd doorbreng, moeten er nog wat boodschappen gedaan worden voor morgenochtend, want anders is ook dan een ontbijt er niet bij. Het kost net als soms in Nederland wat moeite om in het centrum van een grote stad een supermercado te vinden, maar met wat navragen vind ik er toch er een net iets buiten het centrum. Bij het verlaten van de winkel blijkt dat er inmiddels en forse wind is opgestoken en de lucht ziet er dreigend uit. Ik maak dat ik in het klooster kom, maar de neerslag blijft vandaag beperkt tot af en toe enkele druppels. 

 

 

León, portaal San Isidro

 

Vanavond gaan we bijna allemaal naar de completen in de kloosterkerk, die wordt bekroond door een torentje met tenminste vijf ooievaarsnesten erop. In afwachting daarvan zitten we met elkaar onder een afdak op de binnenplaats. Eindelijk hebben we nu ook de gelegenheid de Italiaanse fles wijn samen op te drinken. Het blijkt een zoete mousserende witte wijn te zijn van een goede kwaliteit. Omdat ik mijn slippers aanheb, kijken sommige pelgrims met de voeten vol pleisters jaloers naar mijn blaarloze voeten. De hospitalera heeft mijn voeten echter ook gezien, en dus ook de dikke eeltlaag onder mijn voeten en de vele littekens op mijn hielen. Om tien uur komt de gastenzuster ons halen voor de completen. De kloosterkerk zit aardig vol en de moeder overste (die jonger blijkt dan de meeste nonnen) doet haar best om ook voor niet Spanjaarden zo verstaanbaar mogelijk te spreken. Na de pelgrimszegen is het al gauw bedtijd. Het is echter behoorlijk warm op de slaapzaal, waardoor het vrij lang duurt voordat ik in slaap kan komen.