Woensdag 11 juni

 

Terradilla de los Templarios - El Burgo Ranero - Mansilla de las Mulas

29 (+ 19) km.

 

 

 

Dag 19

 

 

 

 

 


  

Een fles wijn en 20 kilometer cadeau

 

Hoewel je in de refugio vanaf zeven uur kunt ontbijten maakt vrijwel niemand daar gebruik van. Om zes uur is iedereen weg, dus ook Bob, Carole, Asta en ik. Vandaag willen we proberen El Burgo Ranero te bereiken, 29 kilometer verderop. Ontbijten doen we wel in Sahagún, elf kilometer verderop. Wat in deze streek opvalt is dat veel huizen en zelfs veel kerken van adobe (stenen van in de zon gedroogde leem) zijn gebouwd. Deze tichelstenen die soms met stro worden versterkt zijn al een heel oud bouwmateriaal. In de tijd van Mozes moesten de Joden in Egypte al dergelijke stenen maken als dwangarbeid. Het is vrijwel het enige bouwmateriaal dat hier in overvloed beschikbaar is, want het land is vlak en bomen schaars. De huizen die hiervan zijn gebouwd schijnen van binnen heel koel te zijn. Een nadeel is wel dat ze elk jaar weer opnieuw met leem moeten worden bestreken, want ze zijn nogal gevoelig voor weer en wind. Als dat niet gebeurt, is het huis al snel een ruïne. We zien dan ook veel verlaten en ingestorte huizen, want de streek is arm en veel jongeren trekken weg naar de steden op zoek naar een beter bestaan.  Ook zien we veel palomares, of te wel duiventorens, die meestal ook vrij vervallen zijn.

Sahagún is een wat grotere plaats, waar zelfs de intercitytreinen stoppen. Van ver is de stad al zichtbaar, niet door zijn opmerkelijke kerktorens in mudejarstijl (door moslimarchitecten in opdracht van christenen gebouwd) maar door een grote graansilo. Het landschap is hier niet zo interessant en ook loop je naar mijn zin steeds te dicht in de buurt van de grote wegen. Vlak voor Sahagún loop je zelfs lange tijd tussen de N120 en de snelweg door. In het stadje vinden we al snel een terras, waar we eindelijk wat kunnen eten. Langs de route worden schuttingen gebouwd voor de fiësta die morgenavond wordt gehouden. Volgens de verhalen schijnt het een zwakke afschaduwing te zijn van de San Fermines met zijn stierenloop in Pamplona, maar dat zullen we niet meemaken, want morgen hopen we hier al weer ver vandaan te zijn. 

Als we met zijn vieren kort na Sahagún langs de grote weg lopen, stopt opeens een auto met een Italiaans nummerbord vlak bij ons. Er stapt een man uit met een fles wijn in zijn hand en komt op ons af. Hij heeft ons als pelgrims herkend en wil ons een fles met wijn uit zijn eigen woonplaats geven, met het verzoek om voor hem en zijn gezin te bidden in Santiago. Zoiets kun je alleen maar op de camino meemaken, een Italiaan, die op een Spaanse weg aan een Australiër, een Nederlander, een Canadese en een Noorse een fles wijn geeft, als zij voor hem willen bidden. Maar ook het tegendeel van wat onze nationale filosoof zegt is waar: “Elk voordeel heb zijn nadeel!” Het betekent wel weer extra gewicht in de bagage. Voorlopig neemt Bob dit voor zijn rekening en vanmiddag zal ik de fles van hem overnemen. Vanavond zullen we hem gezamenlijk leegdrinken.  Denken we!

 

 

Sahagun, San Tirso

 

Het begint inmiddels al vrij warm te worden en de temperatuur zal vandaag oplopen tot 36 graden. Van Sahagún tot Mansilla de las Mulas heeft de deelregering van Castilië –Léon enige jaren geleden voor de pelgrims een nieuw pad aangelegd, met daarlangs om de zoveel meter een boom om voor wat schaduw te zorgen in de middaghitte. De bomen zijn echter nog te klein om echt veel schaduw te geven. Ook zijn er op regelmatige afstanden picknickplaatsen aangelegd. Helaas (nog) zonder schaduw, zodat niemand midden op de dag op de gloeiend hete bankjes gaat zitten. Het pad loopt bovendien voor een groot deel langs een asfaltweg door een weinig inspirerend landschap. Voor mij is dit misschien wel het saaiste gedeelte van de hele camino. Aan het begin van dit gedeelte staat een kruis ter herinnering aan een Duitse pelgrims die hier door een verkeersongeluk om het leven is gekomen. Spontaan plukken we alle vier een bloem en leggen die bij het kruis, iets wat al meer pelgrims voor ons gedaan hebben, te oordelen naar het aantal bloemen dat er al ligt.

Als we kort na tweeën de refugio in El Burgo Ranero bereiken (die trouwens ook van adobe is gebouwd) blijken er nog slechts twee bedden beschikbaar te zijn. Carole en Asta zijn doodop en ook voor Bob en mij is verder lopen geen optie. Bob en ik besluiten daarom een taxi te nemen naar Mansilla de las Mulas, ongeveer twintig kilometer verderop en van daaruit morgen naar Léon te lopen. Wij denken er geen moment over om morgen terug te gaan naar El Burgo Ranero om alsnog de overgeslagen kilometers te lopen. Zo interessant is dit stuk niet en we gaan er maar vanuit dat we deze twintig kilometer wegens overmacht cadeau krijgen van Sint Jacobus. De vrouwen zullen hier overnachten en willen morgen ook naar Léon gaan. De plaatselijke winkelier is zo vriendelijk een taxi voor ons te bellen, die ons na ongeveer een half uur ophaalt. De afstand waar we morgen een hele ochtend over gedaan zouden hebben wordt via de splinternieuwe snelweg binnen een kwartier afgelegd en de chauffeur zet ons keurig voor de refugio af. Helaas, ook hier blijken de pelgrims al tot op de gangen te liggen en er zit voor ons niets anders op dan een hostal te zoeken. Direct achter de refugio aan de hoofdstraat vinden we voor € 16, - de man een tweepersoonskamer in restaurant annex pension Las Delicias.

Mansilla is een niet onaantrekkelijk stadje dat nog wordt omringd door de restanten van een middeleeuwse stadsmuur. Het geeft nogal de indruk van vergane glorie en ligt kennelijk net te ver van Léon om een bloeiende forensengemeente te kunnen worden. Als Bob en ik in het straatje waar de refugio ligt een pilsje pakken komt de een na de andere (Franse) kennis langs. Met een Franse kennis van Bob spreken we af vanavond met zijn drieën in het restaurant van onze hostal te eten. Het eten laat hier niets te wensen over alleen het slapen lukt niet best. Het is te warm om met de ramen dicht te slapen en doe je ze open, dan lijkt het alsof het vrachtverkeer in de hoofdstraat door onze kamer dendert. De fles wijn moeten we ook morgen nog met ons mee blijven sjouwen.