Maandag 9 juni

 

Frómista - Carrión de los Condes

19 km.

 

 

 

Dag 17

 

 

 

 

 


   

De luxe van een nonnenklooster

 

Ook vandaag ben ik weer veel te vroeg wakker naar mijn zin. Wel scheelt het dat je hier in de refugio een behoorlijk ontbijt kunt krijgen. Daarna ga ik toch maar op weg. Vandaag loop ik eigenlijk een van de saaiste trajecten van de camino. Het landschap is niet echt spannend en het grootste deel van de camino loopt vandaag parallel aan de N120, weliswaar met betrekkelijk weinig verkeer, maar toch….. In Villalcazar de Sirga, het laatste dorp voor Carrión  de los Condes, waar de temperatuur inmiddels al weer rond de 30 graden zit drink ik een kop koffie met twee Nederlanders uit het Zuiden des lands, die al vanaf Le Puy lopen. Zij ontraden me ten zeerste om na Carrión  verder te gaan. Het zal vandaag nog warmer worden en er staat een stevige wind, die je snel doet uitdrogen. De eerste 17 kilometer na Carrión  is er geen enkele beschutting en er is ook nergens water te krijgen. Als twee dergelijke routiniers dat zeggen zal het ook wel zo zijn en ik besluit dan ook niet verder te gaan dan Carrión  de los Condes. Volgens Aymeric Picaud zou het ook niet verstandig zijn om Carrión over te slaan, want zo zegt hij: “Carrión  de los Condes is een aangename en vriendelijke plaats, rijk aan brood, wijn, vlees en alle vruchten des velds.” Ook de twee Portugese dames die samen met ons koffie drinken gaan niet verder. Villalcazar heeft volgens de reisgids een bijzonder bezienswaardige kerk, maar die is wegens restauratie gesloten. Vandaag lijkt er in dit dorp een demonstratie te worden gehouden van boze boeren, maar waar het precies over gaat is me niet duidelijk.    

 

Carrión de los Condes, timpaan kerk van Santiago

 

Carrión  de los Condes blijkt een oud stadje te zijn, nogal rommelig, maar niet onaantrekkelijk, ondanks enkele minder geslaagde nieuwbouwprojecten. Over de stad verspreid vind je hier een paar goed bewaarde kerken en kloosters. Een daarvan is het Clarissenklooster aan het begin van de stad. De nonnen beheren een kleine refugio en omdat ik vrij vroeg in de stad ben is er voor mij nog wel plaats. Hij is iets duurder dan de meeste refugio’s, maar kost nog maar zes euro voor een nacht. Ik kom met twee  mij onbekende Duitsers en een Fransman op een vierpersoonskamer en de bedden hebben echte lakens, een voor een refugio ongekende luxe. Mijn slaapzak hoef ik dus vandaag niet uit te pakken. Het klooster heeft een prachtige historische binnenplaats en een museum, dat vanwege de maandag vandaag gesloten is. Als je op de binnenplaats staat lijkt het wel alsof je in een parador nacional logeert. De meeste pelgrims logeren in de refugio van de plaatselijke parochie die enkele straten verderop ligt, naast de mooie romaanse kerk van Santa Maria del Camino.

De plaatselijke Sint Jacobus kerk heeft boven de ingang een prachtig laatromaans timpaan met daarin afgebeeld  Christus en de symbolen van de vier evangelisten. De grootste bezienswaardigheid is echter het klooster van San Zoilo met de gotische kloostergang aan de overkant van de rivier. Het klooster is grotendeels hotel geworden en een klein deel, waaronder de kloostergang is ingericht als museum. Het is dus vandaag gesloten, maar als ik de dames van de hotelbalie in mijn beste Spaans aanspreek en ze eens vriendelijk aankijk en vertel dat ik een pelgrim ben en hier dus maar een dag ben doen ze bij hoge uitzondering een deur voor me open en via de gangen van het hotel kan ik toch een kijkje nemen in de kloostergang. Op de weg terug naar de Clarissen koop ik ergens een fles wijn met de bedoeling die met een of meer personen te delen.  

 

Carrión de los Condes, kloostergang San Zoilo

 

Bij terugkeer in de refugio blijken mijn Duitse kennissen (het zijn er inmiddels heel wat) uit de andere refugio, het plan te hebben opgevat om samen te gaan picknicken in een plantsoen aan de rand van de stad tussen een graansilo en een kerk met uitzicht over de velden. Ook ik word ter plekke uitgenodigd. Iedereen heeft wat ingeslagen en zo komt mijn fles wijn goed van pas. Tot laat in de avond zitten we te eten en te drinken en pas op het laatste nippertje zoekt iedereen zijn slaapplaats op.