Zondag 8 juni

 

Castrojeriz - Frómista

26 km.

 

 

 

Dag 16

 

 

 

 

 


   

Een wonder van romaanse architectuur

 

Deze ochtend worden we om zes uur gewekt door zacht gregoriaanse gezang uit de CD speler van de hospitalero.  De cafe con leche met biskwietjes staat dan al klaar voor ons. Een geweldige manier van wakker worden. De hospitalero, een forse man met een lange baard, heeft ooit zelf de camino gelopen  en besloten zich vervolgens volledig in te zetten voor de pelgrims. Hij heeft persoonlijke aandacht voor iedereen en hij neemt van elk van ons persoonlijk afscheid. Hier heerst nog echt de ouderwetse gastvrijheid.

   

Uitzicht vanaf de Mostalares

 

De afgelopen dagen ben ik niet al te hard opgeschoten, dus vandaag moeten er weer eens wat meer kilometers worden gemaakt, ondanks de warmte. Na het oversteken van een gerestaureerde Romeinse brug, moeten we al direct flink omhoog de berg Mostalares op. Vanaf de top heb je een schitterend uitzicht op Castrojeriz en het omringende landschap in het vroege ochtendlicht. Net voorbij de top tref ik Anja uit Stuttgart aan, die een beetje achterop is geraakt bij haar reisgenoten.  Kennelijk kan ik haar net  de morele steun geven die ze nodig heeft, want gezamenlijk halen we bij de eerstvolgende bron, met de merkwaardige naam Fuente de Poyo (Bron van de luis), Erwin en Bettina weer in. Na de afdaling van de Mostalares wordt het landschap echt vlak. Het zal nu verder vele dagen duren voordat we weer heuvels zien.  Via een brug steken we de rivier de Pisuerga over, waarmee we de provincie Burgos achter ons laten en de provincie Palencia betreden. Het water van de rivier doet ons verlangen naar een frisse duik, maar voorlopig lopen we nog maar even door naar Itero de la Vega voor een bocadillo met chorizo en een drankje. Onder mijn stoel zit een hond te hunkerbunkeren naar een lekker hapje, en we moeten goed opletten dat hij er niet met ons brood vandoor gaat. Van de afschrikwekkende verhalen over loslopende waakhonden die pelgrims belagen heb ik trouwens niets gemerkt. De honden die agressief zijn zitten keurig achter slot en grendel en de honden die loslopen (Vooral in Galicië lopen en liggen er veel honden op straat) doen niets. Het wordt alleen gevaarlijk als er iemand vergeet het hek tussen jou en de waakhond dicht te doen, hetgeen een enkele keer schijnt te gebeuren.  

 

Sluis in het Kanaal van Castilië

 

Het laatste deel van de etappe van vandaag gaat langs het kanaal van Castilië over een dijk, met veel bomen. Met enige fantasie kun je je hier in Nederland wanen, maar daarvoor is het omringende land toch te leeg en helemaal vlak is het hier nou ook weer niet. Vlak voor Frómista moeten we een oude sluis oversteken, die wijd openstaat zodat een woeste waterstroom zich hier naar beneden stort. Vandaar is het nog maar een klein eindje lopen naar de refugio.

De refugio ligt aan een plein pal tegenover de kerk van San Martin, een van de mooiste kerken van de hele camino in een verder vrij nietszeggend stadje De kerk is vroegromaans, heel sober ingericht en van een ontroerende schoonheid. De eenheid van de architectuur wordt niet verstoord door elementen uit andere bouwperiode. Vrijwel alle pilaren hebben schitterende kapitelen versierd met plantmotieven, dierenkoppen en menselijke figuren, die soms heel realistisch zijn afgebeeld.  Ik was hier al een keer eerder geweest, maar de kerk maakt nu, na twee weken camino, pas echt een diepe indruk op me en ik krijg echt een brok in mijn keel als ik binnenkom. Lang blijf ik ronddwalen door de toch niet zo grote kerk en bekijk alle kapitelen zeer uitvoerig.

 

Frómista, kerk San Martín

 

Na een bier en een tortilla in een naburige bar, met een internetcomputer waar niets mee te beginnen valt, is het tijd voor een was. Er zijn meer op hetzelfde idee gekomen, zodat ik enige tijd in de rij moet staan, voor ik aan de beurt ben. Mijn was zal best wel drogen met dit hete en vrij winderige weer. Af en toe ziet het er wat onweersachtig uit, maar de wolken verdwijnen steeds weer zonder dat er iets gebeurt. De refugio is ruim opgezet, maar heeft geen keuken, zodat we (Bettina, Erwin, Anja en ik) ’s avonds elders uit eten moeten gaan. Onze keus valt vanavond niet zo geweldig uit. Het restaurant ziet er op het eerste gezicht prima uit maar de bediening is waardeloos. De ober, die een beetje op Willy Alberti lijkt, maakt er een potje van. Organiseren kan hij absoluut niet, de mensen worden in willekeurige volgorde bediend en de kwaliteit van het eten is bijzonder matig. De varkenslapjes die ik voorgeschoteld krijg gaan nog, maar de gebraden kippen van de anderen zijn van een dusdanige kwaliteit dat deze dieren tevergeefs gestorven zijn. Verder is de ober zo onhandig bezig dat ik hem op den duur vergelijk met Grover als kelner in Sesamstraat. Met die associatie lukt het me uitstekend om de humor van de situatie te zien en ik kan me er ook niet druk over maken dat we geen toetje krijgen.  Wel besluiten we daarom elders een ijsje te kopen als alternatief toetje. We nemen er nog een cafe cortado bij. Als er ook nog drie andere Duitsers bij komen, wordt het steeds gezelliger waardoor we relatief laat weer terug zijn in de refugio. Als we teruglopen vliegen er horden zwaluwen rond de kerk. Ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien.