Zaterdag 7 juni

 

Hornillos del Camino - Castrojeriz

18 km.

 

 

 

Dag 15

 

 

 

 

 


   

Doornroosje op de meseta

 

Ook vandaag is het weer een heldere wolkenloze dag. Tot dusver tref ik het aardig met het weer. Na  een alternatief ontbijt van magdalena’s en een appel, moet er weer geklommen worden naar de volgende hoogvlakte. Die is al net zo mooi als de vorige. Na ongeveer een uur loopt er een weggetje naar links naar een lommerrijk plekje op de verder vrijwel boomloze vlakte. Er staat een gebouwtje met een koepel met daarop een Maltezer kruis. Daarin is de meest afgelegen refugio van de hele camino ondergebracht In de refugio staan een stuk of twaalf stapelbedden en onder de koepel is een meditatiecentrum, met zitbanken rondom. De schilderingen aan de binnenkant van de koepel en de voorwerpen die er zijn neergezet vormen een wat bizar mengsel van christelijke en vrijmetselaarssymbolen. Tussen de bedden staan een tafel met stoelen en een fornuis, waarop de Duitse hospitalero elke avond de maaltijden kookt voor de gasten. Sanitair is er niet maar er is wel een bron, die misschien wel het lekkerste water van de hele camino geeft. Ik maak dan ook van de gelegenheid gebruik om mijn veldfles opnieuw te vullen in dit werkelijk idyllische oord midden in de eenzaamheid. Ook koop ik nog een cola'tje bij de hospitalero en probeer nog een gesprek met hem aan te knopen, maar de man is vrij zwijgzaam en staat bovendien op het punt naar Hontanas te rijden, om boodschappen te doen voor de volgende avondmaaltijd. Dus stap ik maar op, met in mijn hoofd de melodieën van de intocht van de priesters en de aria van Sarastro uit de Zauberflöte. Eenmaal weer aan de wandel loop ik dan ook luidkeels te zingen "In diesen heiligen Hallen kennt man die Rache nicht!"

 

de afgelegen refugio

 

Na ongeveer negen kilometer meseta, zie je het dorp Hontanas pas op het laatste moment in een inzinking in het landschap onder je liggen, als je al bijna aan de rand van het dorp bent. Voor de enige bar in de hoofdstraat staat al een flinke rij rugzakken. Opmerkelijk is een bord bij de deur waarop in het Nederlands (en in het Russisch) staat "het eten bij Vitorino is echt lekker!" De donkere maar gezellige bar staat vol met ouderwets boerengereedschap.  De barkeeper blijkt het bijzonder druk te hebben want de koffiemachine heeft kuren en dat valt niet mee op een moment als de ene pelgrim na de andere binnen komt vallen. Desondanks slaagt hij er toch in alle liefhebbers van een behoorlijke kop koffie te voorzien. Ik beland aan een tafeltje met drie Duitsers, het echtpaar Erwin en Bettina uit Würzburg en Anja uit Stuttgart, een studievriendin van Bettina. De beide vrouwen lopen van Burgos naar Santiago en Erwin, die vanwege zijn werk niet zoveel tijd heeft loopt met hen mee tot Léon. Het klikt bijzonder goed tussen ons en mijn koffiepauze duurt aanzienlijk langer dan gepland. Er blijkt onvoldoende brood te zijn maar geen nood, de laatste bocadillo (half stokbrood) met ham die nog te krijgen is, wordt in door Erwin drieën gesneden en met Anja en mij gedeeld.

 

 

Hontanas

 

Na Hontanas wordt het terrein wat vlakker maar het landschap blijft even verlaten. Na verloop van tijd kom je weer op een asfaltweg terecht, zij het dat er nauwelijks verkeer over rijdt. Kort voor Castrojeriz gaat de weg onder de bogen van een kloosterruïne door. Hier stond in de middeleeuwen een belangrijk klooster, waar pelgrims konden overnachten en soms ook werden verpleegd als ze onderweg ziek geworden waren. Voor de haastigen onder hen stonden in nissen brood en water (en soms ook wijn) klaar. Bij de ruïne staat een auto met een Nederlands nummerbord. Het echtpaar in de auto vertelt me dat zij vorig jaar de camino hebben gelopen en er behoefte aan hadden een aantal plekken dit jaar nog eens terug te zien.

Castrojeriz is een doornroosje, dat net is ontwaakt uit een slaap van eeuwen. In het centrum van dit interessante stadje is al wel het een en ander opgeknapt, maar de buitenranden ogen nog erg vervallen. Het dorp bestaat uit twee parallel lopende straten rond de voet van een heuvel, die wordt bekroond door een schilderachtige kasteelruïne. Aan de ingang van het dorp staat een grote kerk, die niet in verhouding lijkt te staan tot het aantal gelovigen dat hier nog woont. Vroeger was Castrojeriz een belangrijke etappeplaats voor de pelgrims en ook nu zijn hier inmiddels al twee refugio's. De nieuwste hiervan staat op de hoek van de Plaza Mayor, maar ik kies voor de oudste van de twee, die meer de traditionele sfeer van de camino heeft. De snurker van gisteravond blijkt gelukkig voor de andere refugio te hebben gekozen (en naar verluid schijnt hij daar verbannen te zijn naar een apart kamertje). Wel duurt het nog tot drie uur totdat onze refugio haar deuren opent, dus zit er niets anders op dan in een bar een pilsje te gaan drinken en een schaduwrijk plekje te zoeken om te wachten. Ook neem ik de gelegenheid waar om nog even de, onverwacht goed voorziene, supermercado op te zoeken, want morgen is het zondag en dan is er nergens wat te koop. Als ik ook nog postzegels wil kopen om kaarten te versturen naar alle kennissen blijkt het postkantoor maar een uur per dag, namelijk van negen tot tien open, maar op de Plaza Mayor is een tabaks, annex boek- en tijdschriftenwinkel waar ik alle postzegels kan kopen die ik nodig heb.

 

 

Castrojeriz

 

De refugio is eenvoudig maar goed en voorzien van alles wat een pelgrim nodig heeft. Mijn slaapzaal heeft maar twaalf bedden. Je kunt hier zelf koken, maar daar heb ik vanavond geen zin in.  De rest van de middag breng ik door met door het verkennen van het stadje en het schrijven van ansichtkaarten. In een gezellig restaurant bestel ik de inmiddels routine geworden pelgrimsmaaltijd, dit keer bestaande uit een gemengde salade, gebakken eieren met ham en patat en een puddinkje na. De vino tinto is als altijd uitstekend, al is het wel typisch dat in Spanje rode wijn even als de witte gekoeld wordt geserveerd. Met deze warmte vind ik dat trouwens wel prima. Ook in dit restaurant zit een jong Nederlands stel, dat een fietstocht door Spanje maakt, waarbij ze ook een deel van de camino,  zij het in omgekeerde richting, rijden. Ze verblijven op de plaatselijke camping, die volgens hen uitstekend is  en die ze iedereen kunnen aanbevelen. Het restaurant blijkt zowaar ook nog een internetcomputer rijk, zodat ik na de maaltijd nog een mailtje naar huis kan sturen.