Vrijdag 6 juni

 

Burgos - Hornillos del Camino

21 km.

 

 

 

Dag 14

 

 

 

 

 

 

 

    Over ronkers en zagers

 

Ondanks het ontbreken van stommelende medepelgrims, ben ik vandaag toch weer ruim voor zessen wakker. Dus ga ik ook maar op pad. Hoewel ze me in de bar op de hoek van de straat hadden beloofd dat ik daar al vanaf zes uur een ontbijt zou kunnen krijgen blijkt de bar om tien over zes hermetisch gesloten. Dat is balen, temeer daar ik er vast op had gerekend hier te kunnen ontbijten en dus nu niets te eten heb ingeslagen. Anders had ik tenminste wat magdalena’s kunnen kopen. Dit zijn kleine ronde cakejes, waarmee de Spanjaarden vaak ontbijten of de tijd tussen twee maaltijden doorkomen. Aan het einde van de reis kan ik ze niet meer zien, maar ze zijn nu toch vaak voor mij de redding in de nood geweest.

Enigszins chagrijnig ga ik toch maar in het pikkedonker met een lege maag op weg. Het is vanochtend bijna net zo mistig als gisteren. Ook als ik eenmaal de stad uit ben blijft het nog enige uren somber. De route om de stad uit te komen, is minder deprimerend dan gisteren, maar toch ben ik blij als ik de laatste rondweg achter me heb gelaten. Er zijn kennelijk de laatste jaren enorm veel kilometers snelweg en aanvoerwegen aangelegd in Spanje, want ik moet nogal eens wat grote wegen omzeilen, die (nog) niet op de kaart staan.

In Tardejos vind ik na twee uur lopen eindelijk een bar waar ik een ontbijt kan krijgen. Er zitten al veel medepelgrims te ontbijten, maar er is er geen een die ik van de vorige etappes ken. Inmiddels is de zon doorgebroken en de wolkenloze hemel belooft weer een warme dag. Na Tardejos begint de weg te klimmen. In de middeleeuwen was dit een berucht stukje, maar nu bereik ik een half uur later probleemloos Rabe de la Calzada, waar de meseta begint. Hier loopt nog een authentiek deel van de camino door een volstrekte eenzaamheid. Wegen zijn er niet in de naaste omgeving en ik kan volop van de schitterende natuur genieten. De kleuren van de meseta zijn nu in het voorjaar groen wit en rood. Groen van de onafzienbare graanvelden, wit is de kleur van de rotspartijen, die hier en daar tussen het koren oprijzen en rood is de kleur van de klaprozen, die ook hier in overvloed staan. Daarbij komt ook nog eens het paars van de distels en het geel van veel andere soorten bloemen. De stilte wordt alleen onderbroken door het gezang van de vogels en het ruisen van de wind. In de lucht cirkelen roofvogels op zoek naar prooi. Voor mij is dit ondanks de betrekkelijke monotoonheid van het landschap zonder meer een van de mooiste gedeelten van de hele camino.

 

 

Op de meseta

 

Tegen een uur of twaalf komt er een voorlopig einde aan het plateau en kijk ik van bovenaf in een uitgestrekt dal. In de vlakte ligt beneden in the middle of nowhere slechts één klein dorpje, Hornillos de Camino.  Er volgt een flink steile afdaling, waarbij ik een van de meest legendarische pelgrims van de hele camino passeer, een heel klein Japans vrouwtje, dat al tegen de vijftig loopt maar er nog altijd uitziet als een heel jong meisje. Dat wordt nog geaccentueerd door haar zachte kinderstemmetje en de babykleurtjes waarin ze zich kleedt. Zij spreekt alleen Japans en een paar woorden Spaans. Dit is voor haar de derde poging om Santiago te bereiken. Beide vorige keren heeft ze tussentijds moeten opgeven, maar nu is ze vastbesloten het te halen. Hornillos blijkt een dorp waar behalve de landbouw alleen de camino enig leven in de brouwerij brengt. Volgens mij zou zonder de pelgrims de enige bar annex winkel van dit dorp niet kunnen overleven. Tegenover de bar staat de dorpskerk met daarnaast een vrij nieuwe refugio, die er veelbelovend uitziet. Op het pleintje tussen de kerk en de bar staan verschillende banken en het is hier in de schaduw goed toeven, evenals onder de loggia van de kerk. Omdat het al erg warm is en ik het langdurig geslenter gisteren in de stad nog in mijn benen voel, besluit ik vandaag niet verder te gaan.

De refugio is nog gesloten, want het wachten is op de burgemeester met de sleutel. Ondertussen gaan we maar vast lunchen in de bar, die goed voorzien blijkt. Op de toonbank staat een grote kan sangria, waar ik nu voorlopig toch nog maar even geen gebruik van maak. Na het eten komt de burgemeester al snel opdraven en ik zoek een goed plekje op een onderbed in een verre hoek van de slaapzaal.

 

 

Hornillos del Camino

 

Het lijkt alsof er in Burgos een hele nieuwe ploeg pelgrims in het veld is gekomen. Van een aantal medelopers wist ik dat ze in Burgos zouden stoppen en volgend jaar verder zouden gaan, maar de enige mensen vandaag in de refugio, die ik al van voor Burgos ken zijn twee Poolse dames. We gaan dan ook maar met zijn drieën 's avonds eten in de bar annex winkel. Gelukkig spreekt een van hen vrij goed Engels, want mijn kennis van de Poolse taal is toch wel erg beperkt. Ook op dit traject bestaat een groot percentage van de pelgrims uit Duitsers.

Het slapen lukt 's avonds niet zo erg want ik blijk onder een enorme snurker te liggen. Van alle kanten wordt er gehoest en gefloten om een einde aan het gesnurk te maken, maar dat heeft weinig resultaat. Na me opzettelijk een paar heer zo fors te hebben omgedraaid dat het hele stapelbed ervan staat te schudden en een paar porren naar boven te hebben gegeven, neemt het volume toch wat af en kunnen we eindelijk slapen.

Snurkers tref je vooral aan onder mannen (soms een enkele vrouw) van boven de vijftig met behoorlijk wat overgewicht. Onder snurkers heb je twee hoofdcategorieën. Incidentele en structurele snurkers. Heb je een incidentele snurker boven, naast of onder je, dan is er niets aan de hand. Gewoon even flink wat woelen in je stapelbed of een por geven, dan draait hij zich wel om en dan is het meestal wel over. Ernstiger is het als je te maken hebt met een structurele snurker. Daarin heb je ook weer twee categorieën, ronkers en zagers (het Spaanse woord voor snurker is trouwens 'Roncador').  Ronkers geven meestal een vrij constant diep geluid. Ze kunnen knap hinderlijk zijn, maar meestal valt daar, desnoods met oordoppen nog wel doorheen te slapen. Bij een echte zager is er echter geen redding meer mogelijk. Dit gaat echt door merg en been en hier helpen zelfs geen oordoppen meer. Een echt professionele zager, valt zodra hij zijn bed ruikt onmiddellijk als een blok in slaap en zet de volumeknop meteen wijd open. Als na enige tijd als de rest van de slaapzaal grotendeels over zijn slaap heen is wordt het iets minder. Vanaf dat moment kun je alsnog een poging wagen om in slaap te komen. Uiteraard is een echte zager 's ochtends vroeg als een van de eersten (ruim voor zessen) wakker en begint meteen opgewekt en geheel uitgeslapen met veel gestommel en geritsel zijn bagage te pakken, daarmee zijn zaalgenoten wekkend, die net uitgeteld en met veel moeite de slaap hebben kunnen vatten. Kortom, een echte zager is een volstrekt a-sociale zaalgenoot.