Donderdag 5 juni

 

Atapuerca - Burgos

32 km.

 

 

 

Dag 13

 

 

 

 

 


   

Tussen toerist en pelgrim

 

Na heel wat dagen kunnen we vandaag voor het eerst weer eens fatsoenlijk ontbijten, omdat er hier in het dorp een bakkerij annex bar is die vroeg genoeg (zeven uur) opengaat.  Voor de afwisseling hangt er vanochtend een dikke mist. Het heeft wel iets om in de vroege ochtend over de heuveltoppen rond te dwalen in de mist der tijden, maar ik ben toch blij als na een uur de zon doorbreekt en ik mijn fleecetrui kan uittrekken. Nadat ik een militair oefenterrein ben gepasseerd volgen de dorpen elkaar steeds dichter op en worden ze steeds groter. Rond kwart voor tien sta ik aan de rand van de agglomeratie Burgos.

Op de camino zijn de grote steden stuk voor stuk belangrijke etappeplaatsen. Daarom leidt de camino, anders dan bij de meeste lange afstandswandelingen in Europa dwars door deze steden. Dat betekent helaas ook lange afstanden lopen door industrieterreinen en eindeloze voorsteden.  Dat geldt vooral voor Burgos en Léon. Wat nu volgt is dan ook wel het meest vervelende stuk van de camino. Veel pelgrims nemen hier de bus, maar die rijdt net voor mijn neus weg, zodat ik toch maar door loop. Vijf kilometer lang voert de route langs een drukke uitvalsweg met veel vrachtverkeer door een onafzienbaar industrieterrein en later door saaie buitenwijken. Zodra de eerste woonwijken beginnen moet ik me eerst wat moed indrinken met een cafe cortado. Aan de rand van het centrum ben ga ik op zoek naar een hostal. In de refugio hier heb ik weinig trek. Niet eens zozeer omdat hij niet zo geweldig schijnt te zijn, maar vooral omdat hij ver buiten het centrum ligt. Al gauw heb ik een geschikte kamer gevonden. Voor € 30,- gun ik me voor de afwisseling eens een keertje de luxe van een eigen kamer, met douche en toilet.

 

Burgos vanaf de citadel

 

Het weer is na het optrekken van de mist een stuk warmer geworden dan gisteren, dus het lijkt me verstandig nu niet te lang op mijn pensionkamer te blijven hangen, maar nog een poos de stad in te gaan voordat de echte warme uren aanbreken. Uiteraard breng ik een bezoek aan de schitterende en immens grote gotische kathedraal van de stad, waar ik een stempel in mijn pelgrimspas vraag, omdat dat nu niet bij de refugio kan. Ik loop geruime tijd door de kerk, maar twee jaar geleden heb ik onder leiding van een uitstekende gids alle afzonderlijke kapellen met de daarin aanwezige bezienswaardigheden uitgebreid bekeken, zodat ik nu niet overal in hoef. De voorgevel van de kerk doet met zijn spitse gotische torens doet nogal Noord-Europees aan, al zijn de in steen gehouwen  bijbelteksten op de torens duidelijk afgekeken van de soera’s op de moskeeën in het zuiden van het land. De vieringtoren daarentegen kan alleen maar in Spanje staan,  met zijn typisch Spaanse versieringen. Ook bekijk ik samen met Stefan, die ook toevallig net hier is, de Sint Nicolaaskerk met een geweldig gotisch altaarstuk dat een gehele wand beslaat en 465 figuren bevat. Daarna is het tijd voor een douche en een flinke siësta.

 

Kathedraal, Burgos

 

’s Middags slenter ik wat door de gezellige winkelstraten. De sfeervolle Plaza Mayor wordt helaas net als in Pamplona momenteel verknoeid door een bouwput ten behoeve van een parkeergarage. Ik loop langs het huis waar Filips de Schone in 1506 stierf en zijn vrouw Johanna als waanzinnige weduwe achterliet, langs de kade van de Arlanzon met zijn boekenstalletjes en de Renaissance stadspoort, de Arco de Santa Maria. Ik beklim de citadel met een schitterend uitzicht over de kathedraal en de stad. Ik voel me daarbij wat schizofreen, enerzijds pelgrim en anderzijds toerist. Er is in deze stad geweldig veel te zien. Ik zou hier, zoals veel pelgrims doen, nog een extra dag kunnen blijven en ook nog de kloosters van Miraflores en Las Huelgas bekijken, die wat te ver uit het centrum liggen om ze vandaag nog te kunnen zien. Maar de camino trekt sterker dan deze twee juwelen van Spaanse bouwkunst met hun unieke grafmonumenten. Misschien iets voor een volgende keer. Morgen loop ik in ieder geval door.

 

 

Met enige moeite vind ik ook nog vlak bij de kathedraal een restaurant waar ze een pelgrimsmenu serveren. Ik kan ook nog drie Oost-Duitse reisgenotes er naar toe verwijzen, zodat ik vanavond niet alleen hoef te eten. Weliswaar geniet ik echt van de luxe van een eigen kamer, maar ervaar ook de keerzijde daarvan. Ik mis de gezelligheid van de refugio nu al.