Dinsdag 3 juni

 

Santo Domingo de la Calzada - Belorado

22 km.

 

 

 

Dag 11

 

 

 

 

 


   

Het gezelligste dorpsplein van Spanje

 

De etappe van vandaag gaat betrekkelijk snel en probleemloos, al duurt het wel even (tien kilometer) voordat ik mijn eerste koffie kan scoren. Daarom is mijn humeur het eerste uur niet al te best en ik loop een poosje te balen van het gesjouw voor dag en dauw met mijn zware rugzak. Maar als de zon na een uurtje eenmaal schijnt  en ik in mijn ritme kom is de goede zin alweer snel terug. Bovendien staat er flink wat wind, wat de temperatuur een stuk aangenamer maakt. Na een kilometer of acht geeft een grenspaal aan dat ik de Rioja verlaat en Castilië, het hart van Spanje, binnentreed. Kort daarna is in Recedillos del Camino de eerste bar open en krijg ik eindelijk mijn cafe con leche.

Vlak voor Belorado haal ik tot mijn verrassing Hans, de hospitalero uit Nájera in. Hij heeft een paar dagen vrij, die hij gebruikt om weer eens een paar etappes te lopen. Hij vertelt me, dat er in Belorado twee refugio’s zijn en geeft me het advies om de eerste, in de voormalige pastorie van de kerk van Santa Maria te nemen. De andere is wel iets moderner, maar de eerste heeft een veel authentiekere sfeer. Al om kwart over twaalf staan we voor de poort, terwijl die pas om een uur open gaat. De kerk heeft een typisch Spaanse toren met drie openingen voor klokken. Op de toren zitten verschillende ooievaarsnesten. Ik geloof dat ik nog nooit van mijn leven zoveel ooievaars heb gezien als tijdens het lopen van de camino.  

 

Het gezellige dorpspleintje

 

Voor de refugio zit al snel een flink aantal mensen te wachten. Er is tijd genoeg, dus parkeer ik mijn rugzak voor de refugio en doe vast wat boodschappen en bekijk even het stadje. Belorado blijkt een van de gezelligste dorpspleintjes van Spanje te hebben, met huizen met arcaden, waaronder gezellige terrasjes, een kerk en een stadhuis en een ring van platanen rond een muziektent.

 

Kerk bij de refugio van Belorado

 

De refugio wordt beheerd door twee Zwitserse dames, die behoorlijk wat talen spreken. Ik zal me deze refugio vooral herinneren door zijn bijzonder gezellige verblijfsruimte annex keuken. Het is dan ook opvallend dat niemand behoefte heeft om buiten de deur te eten. Daarom kook ik voor mezelf een inmiddels gangbare combinatie van een blik bonen met worst, verse tomaten met een bakje yoghurt na. Voor het eerst sinds Roncesvalles is er weer een mogelijkheid de pelgrimszegen in de aangrenzende kerk bij te wonen. Ik maak daar graag gebruik van. Voordat de pelgrimszegen begint zit een aantal oudere vrouwen in de kerk gezamenlijk een rozenkrans te bidden en ook bij de pelgrimszegen zijn verschillende mensen uit het dorp aanwezig. In zijn preek die voor mij deze keer redelijk goed te volgen is, constateert de pastoor dat pelgrimeren hard werken is, dat weliswaar materieel geen productie oplevert, maar wel tot geestelijke verrijking leidt. Dat ben ik helemaal met hem eens! Na de communie gaat de pastoor met de pelgrims naar een aparte kapel, waar we gezamenlijk bidden en voor iedereen heeft hij een persoonlijk woord. Dat geeft mij echt moed voor de verdere tocht en ik ben blij dat ik hier vanavond heengegaan ben. Na vervolgens wat te hebben gelezen in de rijkelijk voorziene boeken- en tijdschriftenvoorraad van deze refugio en wat in het gastenboek te hebben geschreven is het alweer bedtijd.