Maandag 2 juni

 

Nájera - Santo Domingo de la Calzada

24 km.

 

 

 

Dag 10

 

 

 

 

 


   

De kerk met het kippenhok

 

Omdat het gisteren zondag was en er niets te koop was en de refugio geen ontbijt verstrekt, moeten we vandaag met een lege maag vertrekken. Pas na een kilometer of zeven in Azofra kan een ontbijt worden gescoord. Vandaag geef ik er weer de voorkeur aan alleen te lopen. Behalve een steile klim aan het begin, over de rode rots waartegen Nájera gelegen is, is de etappe vlakker dan de voorgaande dagen, al blijft het landschap glooien. Hoewel we nog steeds in de Rioja zijn, houden de wijngaarden na verloop van tijd op en worden vervangen door eindeloze korenvelden, die al een voorproefje geven van de meseta. Vanaf een heuveltop is Santo Domingo de la Calzada al ruim een uur voordat je er aankomt te zien.

 

Onderweg naar Santo Domingo de la Calzada

 

In de hoofdstraat van Santo Domingo vinden we al snel het klooster van de Cisterciënzer nonnen, die ook een gastenverblijf hebben voor pelgrims. Hoewel ik vandaag betrekkelijk soepel heb gelopen, eisen de twee lange etappes van de afgelopen dagen toch hun tol en ik heb geen behoefte om verder te gaan. Dit, ondanks de reputatie van de refugio van Grañon, vijf kilometer verderop, die schilderachtig is ondergebracht in de kerktoren en waar de pastoor persoonlijk voor het welzijn van zijn gasten zorgt. Ik ben ruim op tijd dus ik ben van harte welkom. De slaapzalen zijn ruim, de tuin gezellig en het sanitair redelijk, zodat ik voldoende ruimte heb voor een uitgebreide wasbeurt van lijf en goed. Die positieve kwalificatie geldt overigens niet voor de bedden die de vorm van een banaan hebben en behoorlijk doorzakken. Desondanks zal ik hier toch redelijk slapen. Ook moet je af en toe uitkijken op de trappen die hier en daar flink uitgesleten zijn. Mijn eerste bezoek is aan een apotheek om voor een middel tegen spierpijn, want mijn kuiten protesteren de laatste dagen af en toe nogal tegen de harde arbeid die zij moeten verrichten en ook heb ik wat last van mijn linkerschouder. Bovendien moet er zonnebrandcrème worden gekocht omdat ik mijn fles na het insmeren onderweg heb laten liggen op een heuveltop. Het kan natuurlijk verbeelding zijn, maar ik heb de indruk dat langs de camino de apotheekdichtheid een stuk groter is dan in de rest van Spanje. Ze worden dan ook druk bezocht door een groot aantal pelgrims, die allerlei soorten pleisters, bandages, smeersels en spierversterkende middelen kopen. Vooral magnesiumtabletten zijn populair, zowel onder de lopers als onder de fietsers. Aan mij hebben ze gelukkig deze weken verder een slechte klant gehad.

 

Santo Domingo de la Calzada, de toren van de kerk met het kippenhok

 

Santo Domingo is een wat slaperig streekcentrum met een mooie kerk en een stuk of twee aardige straten en pleintjes. De gotische kerk met zijn barokke toren is al van ver te zien en beslist de moeite waard, even als het museum dat naast de kerk ligt. Pelgrims krijgen hier korting. Ik heb mijn pelgrimspas niet bij me, maar met mijn slippers, verbrande kuiten en onderarmen en mijn afritsbroek ben ik al op honderd meter afstand als pelgrim te herkennen, dus ik krijg de korting al zonder erom te vragen. De kerk is vooral bekend vanwege het hok binnen de kerk met daarin een levende kip en haan. Dat houdt verband met misschien wel de bekendste legende van de hele camino. Volgens de overlevering trok een Duits gezin, bestaande uit vader, moeder en een zoon naar Santiago. Tijdens hun verblijf in Santo Domingo werd de herbergiersdochter verliefd op de zoon, die echter andere zaken aan zijn hoofd had en haar avances afwees. Afgewezen, sloeg haar liefde om in haat en zij zon op wraak. Zij verborg een kostbare beker in de bagage van de jongen en beschuldigde hem van diefstal. De jongen werd veroordeeld en opgehangen. Toen de diepbedroefde ouders een laatste blik op hun terechtgestelde zoon wilden werpen, zei hij dat hij nog leefde omdat Sint Jacobus zijn voeten ondersteunde. De opgetogen ouders liepen meteen naar de rechter die hun zoon had veroordeeld en vertelden wat er gebeurd was. De rechter, die net een gebraden haan en een kip at, wilde hen niet geloven en zei: “Uw zoon is net zo levend als de kip en de haan op mijn bord”.  Meteen daarop kregen de beide vogels hun veren terug en vlogen luid kakelend van de tafel af. De rechter, overtuigd, liet de jongen losmaken en de herbergiersdochter werd in zijn plaats opgehangen. Sindsdien hebben er steeds een levende haan en kip een plaats gekregen in de kerk. Daar bevindt zich verder de graftombe van de heilige die aan deze plaats zijn naam heeft gegeven. Santo Domingo was erg begaan met het lot van de pelgrims die zich door moeilijk begaanbaar terrein moesten worstelen. Hij stichtte een klooster en legde samen met de andere monniken wegen, bruggen en herbergen aan. Hiervoor werd hij na zijn dood heilig verklaard en gaf zijn naam aan de plaats waar hij geleefd had en begraven was.

Na de sightseeing zit ik nog wat te lezen in de gezellige kloostertuin en wissel wat ervaringen uit met een jong Nieuw-Zeelands meisje met de naam Rosemary. Er zijn opvallend veel mensen van buiten Europa op de camino. Behalve Rosemary heb ik ook al een andere Nieuw-Zeelander en verschillende Australiërs ontmoet. Daarnaast is vooral de Canadese provincie Quebec goed voor een flink percentage pelgrims en ik heb ook al verschillende Brazilianen gesproken. Ook vandaag heb ik een Braziliaan als kamergenoot. Hij heet Carlos en komt uit Recife in het Noord-Oosten. Hij heeft de tocht vandaag beslist minder goed doorstaan dan ik, want hij loopt moeilijk en zijn voeten zitten vol pleisters.  Ik hoef vanavond niet uit eten te gaan, want Marie Madeleine en Odile, twee Françaises uit de buurt van Lyon, hebben een uitgebreid koud buffet klaargemaakt, en Christian (die overigens in de andere refugio van de stad logeert) en ik worden van harte uitgenodigd om mee te eten in de gezellige keuken van de refugio.