Zondag 1 juni

 

Logroño - Nájera

27 km.

 

 

 

Dag 9

 

 

 

 

 

   

Wedloop met het onweer

 

Ook vandaag heb ik weer de ambitie om 27 kilometer te lopen. Naar de eerstvolgende refugio in Navarrete is het maar dertien kilometer. Daarom willen Stefan en ik er ook nog de veertien kilometer naar de volgende refugio in Nájera bij lopen. Volgens de reisgids zou je om de stad uit te komen een bijzonder vervelend stuk moeten lopen, maar het valt gelukkig mee. Het laatste deel gaat door een park, via een pad dat kennelijk speciaal voor de pelgrims is aangelegd. Na amper een uur komen we bij een stuwmeer met veel groen. Deze plek is geknipt voor een stop en hoewel we nog niet zo lang onderweg zijn nemen we toch maar een pauze en nemen nog een toegift op ons ontbijt. 

Daarna volgt een lange tocht door de wijngaarden van de Rioja. Het landschap is misschien wat minder afwisselend dan in Navarre, maar de met wijnstruiken bedekte heuvels met hun rode aarde en de bergen van de Sierra de Demanda op de achtergrond  blijven een boeiend decor vormen voor onze pelgrimstocht. Onderweg valt goed te zien hoe het onweer heeft huisgehouden. Sommige stukken van de camino zijn totaal weggespoeld. Waar de wandelaars de grootste kuilen nog wel met enige moeite kunnen overstekken, moeten de fietspelgrims vandaag af en toe een flinke omweg over de grote weg maken.  

 

Het landschap van de Rioja

 

Na het onweer van gisteren is het een stuk koeler geworden. Zon en wolken wisselen elkaar af en de temperatuur is aangenaam om te lopen.Na Navarrete moeten we helaas wel erg lang langs de grote weg blijven lopen. Halverwege Nájera worden Stefan en ik ingehaald door Pierre, een al wat oudere man die uit Brussel blijkt te komen.  nmiddels is de lucht boven de verre bergen steeds donkerder geworden en het regent er zichtbaar pijpenstelen. We hebben nog wat energie over en zetten er alle drie flink de pas in. Het wordt echt een race tegen het noodweer, die met slechts een paar seconden verschil door ons wordt gewonnen. Net als de eerste druppels vallen rennen de we refugio binnen. Zodra we binnen zijn gaan alle hemelsluizen open. Degenen die na ons komen hebben echt pech en komen als verzopen katten binnen! 

 

Gezicht op Navarrete

 

Er zijn weinig refugio’s waar ik zo dubbel over ben als die in Nájera. Het is een gezellig oud pand van drie verdiepingen en een tussenverdieping. We worden hartelijk ontvangen door Hans, de Nederlandse hospitalero. Beneden is een leefruimte met een paar grote tafels. Op de tussenverdieping en de bovenste verdieping staan (goede) stapelbedden twee aan twee, zodat ik me afvraag met wie ik vanavond in deze dubbeldeks lits-jumeaux zal belanden (het wordt een jonge Amerikaanse student die samen met zijn vader een deel van de camino loopt). De refugio heeft echter geen enkele gelegenheid om te koken en er zijn slechts twee douches (met alleen koud water) en toiletten voor 60 personen. Van een douche zie ik dan ook maar af, morgen maar weer! Kortom voor deze refugio, qua sfeer een plus, qua voorzieningen een dikke onvoldoende. Mij wordt een bovenbed toegewezen. Je wordt wel lenig van al die klauterpartijen op de slaapzaal. Mijn benedenbuurman is voor de afwisseling een Nederlander, afkomstig uit Moordrecht, die zijn camino in Nederland is begonnen. Hij loopt inmiddels elke dag 40 kilometer, dus ik zal hem waarschijnlijk niet meer terugzien.  

 

Nájera, Santa Maria la Real

 

Als het is opgehouden met regenen, gaan we met zijn drieën nog even de stad verkennen. Nájera op zondagmiddag ademt vooral een intense verveling. We hebben niet de indruk dat er veel voor de jeugd te doen is en dat uit zich in scheurende auto’s en scootertjes. Je moet hier voortdurend oppassen dat je niet van de sokken gereden wordt  De stad mag dan saai zijn voor haar jeugd, zonder bezienswaardigheden is ze niet. Vlak naast de refugio ligt het klooster van Santa Maria la Real, met een fraaie gotische kerk, een indrukwekkende renaissance kruisgang versierd met een kantwerk van steen en er staan in de kerk sarcofagen van koningen en koninginnen van Navarre. De kerk schijnt gebouwd te zijn boven een grot, waarin tijdens een valkenjacht een patrijs en een valk, die de patrijs achtervolgde, naar binnen vlogen. Toen de eigenaar van de valk de grot binnenging zaten beide vogels vreedzaam naast elkaar voor een Mariabeeld. De grot en het beeld zijn nog steeds te bezichtigen. Na dit alles bekeken te hebben, zoeken Pierre, Stefan en ik een restaurantje voor een pelgrimsmenu. Het alweer een tijdje geleden dat ik in een restaurant heb gegeten. We nemen er uiteraard weer een fles Rioja bij, die tot op de bodem wordt geleegd. Na het eten blijf ik nog een poos met een aantal mensen napraten aan de grote tafel in de hal van de refugio. Uiteindelijk betekent dat voor mij tolken tussen Stefan en drie aardige meisjes uit Madrid, die zichtbaar van Stefan gecharmeerd zijn. Ze proberen ons nog een ingewikkeld soort kaartspel uit te leggen, maar hier schiet mijn kennis van het Spaans toch echt tekort.