Vrijdag 30 mei

 

Estella - Los Arcos

21 km.

 

 

 

Dag 7

 

 

 

 

 


   

Over de berg van de Carlisten naar de vlakte 

 

Om half zeven zit iedereen in de refugio in de keuken aan het ontbijt met cafe con leche, toast en koekjes. De Spanjaarden zijn kennelijk gek op zoetigheid bij hun (overigens sobere) ontbijt. Om zeven uur ben ik reisvaardig en begin met een wandeling door industrie en saaie nieuwbouw. Ook bij Pamplona was me al opgevallen dat in de nieuwbouwwijken rond de steden steeds meer (luxe) eengezinswoningen worden gebouwd, een in Spanje tot voor kort betrekkelijk onbekend fenomeen. Men woonde of in appartementen of in een vrijstaand huis. Na een half uur al bereik ik het klooster van Irache met een bron met twee kranen. Uit de rechter komt water en uit de linker wijn uit de streek. De wijn smaakt heerlijk, maar ik durf er om half acht ’s ochtends met nog een hele dag lopen voor de boeg maar heel weinig van te nemen en een extra fles heb ik niet bij me. Het klooster schijnt verder ook zeer bezienswaardig te zijn, maar zo vroeg op de dag is het uiteraard nog niet open.  

 

 

De bron met water en wijn

 

De hoofdroute gaat door het dal naar Villamayor, een kortere maar mooiere route gaat over de flanken van de Montejurra, de heilige berg van de Carlisten. Mijn reisgenoten geven de voorkeur aan de dalweg, maar ik heb er op dit moment wel zin in en neem de weg naar boven. Daar zal ik geen moment spijt van hebben. In eerste instantie valt het nog wel mee met de stijging. Na een korte klim loopt de weg lange tijd horizontaal door een bos met steeneiken. Ik kom verder vrijwel niemand tegen.

Deze route blijkt in een ruime bocht om Villamayor heen te lopen. Een geluk dat ik vanochtend in de refugio al een ontbijt met koffie heb gehad. Na Villamayor wordt de weg vlakker en komt weer samen met de hoofdroute. Inmiddels is het al weer erg warm geworden en dat betekent dat ik, omdat ik nog niet echt aan de Spaanse temperaturen ben gewend, opnieuw het aantal kilometers moet beperken. Halverwege Los Arcos is de filmploeg weer bezig met het maken van opnamen. De passerende pelgrims moeten daarom even wachten totdat de betreffende scène naar ieders tevredenheid is gedraaid.  De leden van de ploeg herkennen me nog van gisteren en van alle kanten word ik dan ook hartelijk begroet.  

 

Tussen Villamayor de Monjardin en Los Arcos

 

Nu ik alleen loop, maak ik voor mijn gevoel veel meer deel uit van het landschap waar ik doorheen loop. Mijn kennis van flora en fauna is denk ik niet veel groter dan die van de doorsnee Nederlander. Maar dat belet me niet intens te genieten van alles wat ik om me heen zie en hoor. Ik merk dat ik meer dan in een gewone vakantie los begin te raken van de beslommeringen van alle dag. De enige zorg is eigenlijk zonder fatale blessures de etappe te beëindigen en een bed voor de nacht te vinden. Hoewel ik van nature een echte planner ben, kijk ik nu niet verder vooruit dan de dag van vandaag en soms misschien een heel klein beetje de etappe van morgen.  

De laatste kilometers voor Los Arcos zijn betrekkelijk eentonig. Ik word ingehaald door François, die kennelijk ergens koffie heeft gezet, en samen lopen we het laatste stuk naar het dorp. Los Arcos blijkt een vrij sfeerloos gat te zijn, met vlak bij de refugio ineens een heel leuk dorpsplein met een enorme kerk die een grote loggia heeft in renaissancestijl. In sightseeing heb ik vandaag niet zoveel zin, maar volgens degenen die daar binnen zijn geweest, moet het een zeer barokke kermis van goud en glitter zijn. Je waant je compleet in Mexico of een ander Latijns-Amerikaans land. De refugio vlak tegenover de kerk maakt een plezierige indruk en ik besluit, mede vanwege de warmte, het lopen vandaag voor gezien te houden, ook al is het nog maar twaalf uur. Later op de camino moet ik dan maar wat meer kilometers maken.

 

Los Arcos, monumentale kerk

 

De refugio wordt beheerd door een hartelijk Vlaams echtpaar. Gezien het vroege tijdstip ben ik nummer zes die zich aanmeldt vandaag en ik kan dus een goede plek uitzoeken. Ik kies een bovenbed, omdat ik daarmee vlak onder een raam lig, dat ’s nachts open kan. De bevolking van de refugio’s verschilt nogal van dag tot dag, maar vandaag heb ik de indruk dat vrijwel iedereen uit de refugio in Estella ook weer hier is. Vandaag heb ik tijd voor een lange siësta, want in dit dorp is toch niet zoveel te beleven. Weliswaar lukt het me niet te slapen, maar ik knap er toch wel van op. Ik blijk ook weer een blaar te hebben. En ik had er onderweg niets van gevoeld! Dus toch maar weer de compeed opgezocht. Van de diensten van de masseur die hier dagelijks langskomt hoef ik gelukkig geen gebruik te maken.

Na een tortilla en een pilsje samen met Claudia is het tijd voor wat telefoontjes naar huis. Zin om uit eten te gaan heb ik vanavond niet, dus ik koop een blik bruine bonen, een blikje tonijn en wat verse tomaten, waar ik een prutje van brouw, een wat zonderlinge combinatie misschien, maar het smaakt prima en volgens de hospitalera eet ik vandaag heel gezond. De refugio verstrekt geen ontbijt en ik wil morgen echt eens een flinke afstand afleggen. Dat betekent vroeg vertrekken, daarom heb ik ook maar wat brood, bananen en yoghurt voor morgenochtend ingeslagen. De rest van de avond zit ik buiten voor de refugio reiservaringen uit te wisselen met twee Denen, die tegelijk met mij in Roncesvalles zijn aangekomen.

Op het moment dat ik op het punt sta te gaan slapen, begint een man uit Beieren nog aan een telefoontje met zijn vrouw. De telefoon is vlak bij de slaapzaal en de man heeft nogal een dragende stem. De liefkozende woordjes die hij zin vrouw toevoegt zijn weliswaar in plat Beiers, maar Claudia, die in het bed tegenover mij ligt kan het als Oostenrijkse vrijwel woordelijk verstaan en krijgt prompt de slappe lach. Dat werkt zo aanstekelijk dat binnen de kortste keren iedereen in een deuk ligt, totdat de nietsvermoedende Beier, zich onbewust van alle hilariteit zijn bed opzoekt.