Woensdag 28 mei

 

Cizur Menor -

Puente la Reina

 

19 km.

 

 

 

Dag 5

 

 

 

 

 


   

Over de pas van de vergiffenis en de windmolens

 

Om kwart over zeven vertrekken we met een vrij grote groep tegelijk uit de refugio. Het belooft vandaag weer een warme dag te worden en bij elke bron wordt de kans waargenomen om de veldflessen bij te vullen. Op de kam van het gebergte staat een grote rij windmolens, die we vanuit de tuin van de refugio al duidelijk hadden kunnen zien. Ik geloof dat ik nog nooit in mijn leven zo veel windmolens bij elkaar heb gezien (en ik woon nog wel zo dicht bij Kinderdijk!)

 

De windmolens op de bergkam

 

Het is de eerste grote klim na de Pyreneeën en het duurt dan ook tot halverwege de ochtend voordat we boven zijn. Bovenaan de pas houden we een lange pauze. Het weer is fantastisch en je kunt hier heel ver kijken. Het landschap aan de zuidkant verschilt behoorlijk van dat aan de noordkant. Is het landschap ten noorden van de pas nog vrij alpine, ten zuiden is het aanmerkelijk droger en mediterraner. Al gauw zullen we de eerste olijfbomen zien. Op de pas heeft het energiebedrijf van de windmolens een monument voor de pelgrims neergezet, bestaande uit een pelgrimsstoet op ware grote van metalen platen. Veel pelgrims laten zich dan ook daartussen fotograferen.

 

 

De Puerta del Perdon

 

Ook de afdaling is pittig. Mijn linkervoet die tijdens de glibberige afdaling naar Zubiri was weggegleden voel ik dan ook behoorlijk. Het landschap blijft fantastisch mooi. De velden waar we doorlopen zijn bezaaid met klaprozen en ik probeer er een zo mooi mogelijke foto van te maken. In Uterga, het eerste dorp na de pas, strijken we opgelucht neer op het eerste terras dat we kunnen vinden voor een uitgebreide lunch. Na de lunch loop ik het grootste deel van de dag verder samen met Stefan. Hij is jong genoeg om mijn zoon te kunnen zijn (wat een paar Spaanse wijnboeren enkele dagen later ook werkelijk blijken te denken), maar ook nu blijkt dat op de camino verschillen in leeftijd wegvallen. Ook met hem heb ik al snel het gevoel dat we elkaar al heel lang kennen en door onze gezamenlijke schrijversambities hebben we het nodige gemeen.

Omdat ik persé de kapel van Eunate wil zien, maak ik in Murazabal een omweg van enkele kilometers, een voorbeeld dat door de meeste lopers blijkt te worden gevolgd. Deze zeer gave middeleeuwse achthoekige kapel, omringd door een zuilengang, die waarschijnlijk als grafkerk voor pelgrims heeft gediend, ligt schilderachtig midden tussen de korenvelden. Ook van binnen is hij in al zijn eenvoud bijzonder mooi en harmonisch. Trix, die een prachtige zangstem heeft, begint spontaan enkele liederen te zingen en al gauw zingen Christiane en ik ook mee. Het is fantastisch om hier samen te zingen in deze kapel met zijn geweldige akoestiek. Als we uitgezongen zijn blijken de andere aanwezigen het zeer te hebben gewaardeerd.

 

 

Eunate

 

De laatste kilometers naar Puente la Reina hebben nog enkele venijnige kuitenbijters voor ons in petto en we zijn dan ook blij als we eindelijk het stadje bereiken. De eerste refugio, aan het begin van het stadje lijkt inmiddels al aardig overbevolkt en het lijkt ons een goed idee de nieuwe refugio aan de andere kant van de stad te proberen. Dat is eerst even slikken. Na de beroemde brug van de stad te zijn overgestoken moeten we eerst opnieuw een steile helling op, wat bij sommigen tot hevige protesten leidt. De refugio maakt een kille en onpersoonlijke indruk en de slaapzaal lijkt wel een sporthal. Daar staat echter weer tegenover dat er een overvloed aan ruimte is voor iedereen en de sanitaire voorzieningen zijn veel beter dan wat we tot dusver hebben meegemaakt. Reden voor iedereen om het vuile goed weer eens een flinke wasbeurt te geven.

Nadat we een beetje zijn uitgerust is het tijd voor een wandeling door het stadje, dat voornamelijk uit een lange straat bestaat. Maar die is dan ook zeer de moeite waard met oude huizen met in steen gehouwen het wapenschild van de adellijke families die hier ooit woonden boven de deur. De belangrijkste kerk heeft een mooi, zij het zeer verweerd romaans portaal, maar als je binnenkomt is het een en al barokke goudglans. Het is niet een stijl die me aanspreekt en het interieur de kerk maakt dan ook niet veel indruk op mij, met name als je eerst de eenvoud en harmonie van de kapel van Eunate hebt gezien. Maar dé bezienswaardigheid van Puente la Reina is natuurlijk de beroemde romaanse brug uit de elfde of twaalfde eeuw, die aan de stad zijn naam heeft gegeven. Als Trix en ik over deze brug terug lopen naar de refugio, staat aan de overkant een bus van de SRC, waarmee ik al eens eerder naar Spanje ben gereisd. De brug staat vol toeristen die opgetogen zijn twee levensechte pelgrims in hun midden te hebben die bovendien nog Nederlander zijn ook. Van alle kanten worden we gefotografeerd en iedereen is heel nieuwsgierig naar onze ervaringen. 

 

De brug van Puente la Reina

 

In de refugio worden maaltijden geserveerd, maar de eetzaal is ongezellig en iedereen geeft er de voorkeur aan in het stadje te dineren. Wel zullen we hier morgenochtend de kans waarnemen om een behoorlijk ontbijt te scoren. Met een groep Oostenrijkers vinden Trix, Hermann en ik een gezellig restaurant. De Oostenrijkers aan de andere tafels hebben duidelijk moeite met de menukaart die alleen in het Spaans gesteld is. Ze weten dat ik een beetje Spaans spreek. “Wo ist der Gerhard”, wordt er daarom geroepen en ik moet bij elke tafel even uitleggen wat ze kunnen bestellen.